Tag

burgers Archives — NewTeam

Internet of Things congres: IoT vraagt om waakzaamheid

By | Lezingen | No Comments

Tijdens het Internet of Things congres in het Mercure City Hotel in Amsterdam ging Danny Mekic’ (NewTeam Partner & technologie-expert) afgelopen dinsdag in discussie met Marino Strik van NXP Semiconductors en Leo van der Putten van Clickey over de voor- en nadelen van het verbinden van voorwerpen uit ons leven met het internet. Een centraal thema tijdens dit congres was dat, door de toenemende mate van technologische verbinding moet de vraag gesteld worden of we nog wel de baas zijn over ons eigen leven. Danny Mekic’ zette de toon door te stellen dat hoe slimmer de technologie is waar we ons mee omringen, hoe dommer wij zelf worden.

Slimme technologie maakt ons dom — Danny Mekic’

Bovendien blijkt vaak niet duidelijk wat de bedoelingen zijn van de verschillende partijen die de chips in onze Internet of Things-apparaten beheren, en de bedrijven die data verzamelen uit bijvoorbeeld de zelfrijdende auto of ons gezondheidsdossier. Is het wel wenselijk om grote, Amerikaanse beursgenoteerde bedrijven er met zo veel informatie vandoor te laten gaan? Danny Mekic’ ziet hierin een rol voor de overheid. Naar zijn mening moet de overheid meer afstand nemen van deze ontwikkelingen door restricties op nieuwe technologieën tot een minimum te beperken, terwijl waarborgen voor grondrechten van burgers worden gemaximaliseerd.

Ook waarschuwt hij dat het belangrijk is dat commerciële organisaties in het technologische landschap door de overheid gedwongen moeten worden om transparant te zijn in hun omgang met de verzamelde data. De keuze van het individu om al dan niet in hun digitale databases te worden opgenomen is volgens hem essentieel om te voorkomen dat de mens slaaf wordt van technologie. Ook pleit hij voor een verplichte waarschuwing wanneer algoritmen aan het werk zijn, bijvoorbeeld bij persoonlijke zoekmachineresultaten op het internet of bij boekingssites van reizen die sommige gebruikers meer en anderen minder laten betalen, omdat het lang niet altijd duidelijk is voor gebruikers dat er met hun profiel kan worden gediscrimineerd.

Kortom: hoewel er ontzettend veel innovatieve en positieve mogelijkheden in het verschiet liggen, is het belangrijk een vinger aan de pols te houden, aldus Danny Mekic’.

Tapsterk-wet: niet nodig, niet wenselijk en zelfs gevaarlijk

By | Actualiteiten, Opinie | No Comments

Onlangs heeft Minister Plasterk een voorstel gedaan waarbij alle inlichtingsdiensten bevoegdheid krijgen om alle Nederlandse burgers onder digitaal toezicht te plaatsen. Danny Mekic’ (NewTeam Partner & technologie-expert) schreef hierover een opiniestuk in het NRC Handelsblad op donderdag 3 september 2015. ‘In één klap criminaliseert hij in 17 miljoen Nederlanders, vele tientallen miljoenen buitenlanders en maakt hij Nederland totaal onaantrekkelijk voor bedrijven die hun data en websites veilig bij ons onder willen brengen.’, aldus Danny Mekic’. 

Danny Mekic’ schrijft dat het de overheid – zonder verdenking – niets aangaat waar burgers zijn en wat ze doen. ‘Maar alles om terrorisme tegen te gaan, toch? Dat argument snijdt geen hout, want de daders van de grote aanslagen van het afgelopen decennium waren over het algemeen al bekend bij de internationale veiligheidsdiensten. Bekende verdachten mógen nu al onbeperkt digitaal en fysiek worden gevolgd.’  Volgens Danny is er geen gebrek aan informatie, maar eerder een overvloed aan (irrelevante) informatie. Dit zorgde er volgens Danny Mekic’ namelijk voor dat de terroristische aanslagen die eerder gepleegd werden, niet voorkomen konden worden.

De ‘Tapsterk-wet’ is niet alleen overbodig, onwenselijk en in strijd met de grondwet. Het is ook nog eens gevaarlijk. Wat als alle gegevens die geregistreerd staan gepubliceerd worden, doordat de AIVD of MIVD gehackt worden? ‘Vorige maand pleegden twee mannen zelfmoord nadat informatie over hun lidmaatschap op de overspelsite Ashley Madison gepubliceerd werd. Dat geeft ons alvast een denkrichting.’

Lees hier het volledige artikel.

Sociale media en lobby

Lobbyseminar 2011

By | Onderzoek, Social Media | No Comments

“Social media en lobby: burger beïnvloedt beleid – en de lobbyist heeft ’t nakijken!?”
Invloed uitoefenen in 140 tekens: utopie of werkelijkheid…

Social media hebben consequenties voor de relatie tussen de lobbyist en degene die hij wil beïnvloeden. Of het nu om lobby-strategie of lobby-middelen gaat, beïnvloeding lijkt tegenwoordig niet zonder tweet, facebook-pagina of viral-campagne te kunnen. Tegelijkertijd hebben social media de afstand tussen burger en beleidsmaker verkleind. Waarmee de plaats en rol van een lobbyist in het beïnvloedingsproces zou kunnen afnemen. Of toch niet….

Wat verwachten politici en beleidsmakers eigenlijk van social media? Wie doet het goed en wie niet? Zijn social media een blijvend lobby-instrument of een hype? Dicht het de (informatie)kloof tussen burger en ‘Den Haag’? Wordt daardoor de legitimiteit van besluitvorming verhoogd? En wordt een politicus nu ook zelf ‘lobbyist’, omdat hij direct standpunten deelt en burgers mobiliseert? Deze en andere vragen komen op donderdag 17 november aan de orde tijdens het Public Matters lobby-seminar 2011 in Perscentrum Nieuwspoort.

Internet-expert en NewTeam-partner Danny Mekić trapt de middag af. Hierbij gaat hij onder andere in op de resultaten van een quick scan uitgevoerd door Public Matters gericht op de onderzoeksvragen: (hoe) zijn Tweede Kamerleden aangesloten op social media? Hoe interactief zijn Kamerleden en wat is de wisselwerking tussen social media en lobbyen?

Vervolgens discussiëren ervaringsdeskundigen uit politiek, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties onder leiding van Frits Huffnagel met elkaar en met de aanwezigen. Deelnemers aan deze open discussie zijn: Renske Leijten (Tweede Kamerlid SP), Boris van der Ham (Tweede Kamerlid D66), Pieter Omtzigt (Tweede Kamerlid CDA), Jeroen Alting von Geusau (Nederlandse Spoorwegen), Paul Smeulders (Natuurmonumenten) en Michiel Karskens (Consumentenbond). Na afloop is er een borrel die mede in het kader staat van het 10-jarig bestaan van Public Matters.

Sociale media en lobby

De Gelderlander: “Beveiliging internet hangt met plakband aan elkaar”

By | Actualiteiten | No Comments

Één instantie die de beveiliging op internet controleert, bestaat niet, maar heeft ook geen zin, zeggen deskundigen. De overheid moet het heft in eigen hand nemen.

Jurist en internetdeskundige Danny Mekic’ (NewTeam) vindt het ‘krankzinnig’ dat de overheid dat niet al lang zo heeft geregeld. “Het is een primaire taak van de overheid om de privégegevens van burgers te beschermen. Veiligheid moet geen los thema zijn, maar een uitgangspunt voor alles wat de overheid doet.” Maar ook nu nog worden volgens hem de gaten gedicht en wordt er niet nagedacht over een fatsoenlijk veiligheidssysteem. “De overheid zou daarin voorop moeten lopen.” Maar het tegengestelde is het geval, vindt Mekic’. “Kijk naar het gestuntel rondom de OV-chipkaart of de mislukte site crisis.nl .”

Lees verder op de website van De Gelderlander

Het is crisis bij rampensite Crisis.nl

By | Actualiteiten, Onderzoek, Opinie, Social Media | No Comments

Vandaag verscheen onderstaand opiniestuk van de hand van NewTeam-partner Danny Mekić in nrc.next (p. 19):

Het is crisis bij rampensite Crisis.nl

Een tonnen kostende website wordt weggegooid, zonder dat deze ooit goed gefunctioneerd heeft. En niemand heeft de leiding.

Sluit ramen en deuren, schakel mechanische ventilatiesystemen uit en zet radio of tv aan op de aangewezen rampenzender. In geval van een crisis of ramp heeft onze overheid een belangrijke taak in het informeren en beschermen van haar burgers. Op het moment dat er bij een brand giftige stoffen vrijkomen of er sprake is van een terroristische dreiging, is het van het grootste belang om de instructies van de veiligheidsdiensten op te volgen.

Steeds meer Nederlanders verkiezen om verschillende redenen internet boven radio en televisie voor het consumeren van informatie. Internet maakt informatie niet alleen sneller en makkelijker toegankelijk, maar ook concreter: door tijdens een ramp te vragen naar iemands postcode kunnen ook hele specifieke instructies worden verstrekt, in iedere gewenste taal. Ook het sociale aspect van internet verrijkt de informatievoorziening want tijdens een ramp kan makkelijk informatie en hulp gevonden worden bij vrienden, collega’s en buurtgenoten via sociale media als Twitter, Hyves en Facebook.

Dat sociale media een belangrijke rol kunnen spelen ten tijde van crises werd duidelijk tijdens de recente protesten in de Arabische wereld, waarbij Facebook en Twitter intensief werden gebruikt om met de buitenwereld en met mede-opstandelingen te communiceren. Het gebruik van sociale media tijdens de Arabische Lente was erg effectief als het ging om de snelheid, toegankelijkheid en impact. Tv en radio hobbelden daar structureel achteraan.

Om in Nederland aan de digitale informatiebehoefte te kunnen voldoen tijdens crisissituaties, introduceerde de Rijksoverheid in 2005 de website crisis.nl. Op de website staat te lezen dat ‘crisis.nl bij een ramp (…) wordt vervangen door een pagina met actuele informatie over de ramp’, en daarmee het digitale alternatief voor de analoge radio en tv moet vormen. Een verstandig besluit van de Rijksoverheid waarmee een belangrijke behoefte in de samenleving wordt erkend en bevredigd, als de website tenminste te bereiken is als hij wordt ingezet. Maar crisis.nl faalde al bij de officiële opening: na 500.000 bezoeken (1 op de 24 Nederlandse internetters kwam een keer langs) raakte de website overbelast. Ook werden de ontwikkelingen rondom sociale media, waar bijna alle Nederlandse internetters gebruik van maken, compleet genegeerd: het project was bij de lancering al verouderd.

Dat was zes jaar geleden en de afgelopen jaren heeft het internet grote ontwikkelingen doorgemaakt. Dat geldt echter niet voor crisis.nl, dat ook ná de lancering met problemen bleef kampen: in 2007 werd de rampensite omver geblazen toen een grote storm over ons land raasde, gedurende de recente brand in Moerdijk was de website urenlang onbereikbaar en ook tijdens de grote Amsterdam havenbrand, afgelopen februari, liet crisis.nl het afweten. Juist op cruciale momenten liet de website burgers in de steek. En van de onmisbare koppelingen met sociale media is anno 2011 nog steeds geen sprake.

Na deze en andere incidenten met de site beloofde het kabinet beterschap. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) hekelde afgelopen januari de onbereikbaarheid van de site: ,,Dat kan niet en dat moet niet. Dat gaan wij gewoon verbeteren.”

Vervolgens bleef het stil rondom het project. Om het stilzwijgen te doorbreken, diende de NOS een WOB-verzoek (Wet Openbaarheid van Bestuur) in en dat leidde tot interessante inzichten, zo bleek uit het NOS Journaal van afgelopen maandag. Uit documenten die de NOS heeft verkregen blijkt dat het consequent falende crisis.nl in de eerste drie jaar een slordige half miljoen euro te hebben gekost. Welke kosten in de jaren daarna zijn gemaakt is onduidelijk. Ook heeft de omroep geen antwoord gekregen op de vraag of de site is getest op grote aantallen bezoekers. Dat is opmerkelijk omdat in 2007 in antwoord op Kamervragen van oud-SP-parlementariër Arda Gerkens nog werd gesteld dat er regelmatig stresstesten worden uitgevoerd. De meest opmerkelijke bevinding van de omroep is misschien nog wel dat er binnen de betrokken ministeries grote onduidelijkheid blijkt te bestaan omtrent het project: betrokkenen melden dat veel afspraken niet schriftelijk zijn vastgelegd maar mondeling worden gemaakt en dat het volkomen onduidelijk is wie de leiding over het project heeft.

De crisis bij Crisis.nl lijkt compleet, nu uit niet-officieel door de NOS verkregen stukken blijkt dat er helemaal geen verbeteringen doorgevoerd gaan worden aan de website, zoals Opstelten beloofde. In plaats daarvan wordt de tonnen kostende website, zonder dat deze ooit goed gefunctioneerd heeft, weggegooid en eind dit jaar, met alle kosten van dien, vervangen door een gloednieuwe. Was het zo slecht gesteld met de site, dat deze niet verbeterd kón worden? En wordt dit het volgende falende IT-project van onze overheid, of trekt ze de stoute schoenen aan en laat ze zich onverwacht van haar innoverende kant zien?

-Danny Mekić

Beluister het opiniestuk als podcast:

Aanvullende informatie bij het opiniestuk:

Eind dit jaar wordt de vernieuwde cirsis.nl gelanceerd. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie nadat de NOS over de website berichtte.

De in 2005 gelanceerde website, die is bedoeld om burgers te informeren tijdens grote rampen, bleek niet goed te functioneren. Bij de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk was de site een uur uit de lucht. In 2007 was de site tijdens een grote storm onbereikbaar. Volgens de NOS, die inzage heeft gekregen in interne stukken van het ministerie, heeft de ontwikkeling en hosting van crisis.nl ten minste een half miljoen euro gekost.

De nieuwe website wordt volgens het ministerie stabieler en biedt ook integratie met sociale media.

Meer informatie over dit onderwerp:

Verklikken als panoptisch instrument?

By | Beschouwing | One Comment

Door Karsten Meijer:

Harrie Timmerman speelde in 2004 een belangrijke rol in het naar buiten brengen van de misstanden van de Schiedammer parkmoord. Als politieambtenaar ontdekte hij dat de veroordeelde de moordenaar niet kon zijn. Nadat intern aankaarten niets opleverde, stapte hij naar Netwerk. Dit leidde uiteindelijk tot het oppakken van de dader en de vrijlating van de onterecht veroordeelde. Voor Timmerman was het gevolg minder gunstig. Zijn contract bij de politie werd niet verlengd, hij mocht geen contact opnemen met collega’s en hij werd wegens een levensbedreigend hoge bloeddruk opgenomen in het ziekenhuis. [1]

Er bestaat in Nederland een opvallend verschil tussen de omgang met klokkenluiders en verklikkers in bestuurs- en stafrechtelijke handhaving. Terwijl de mogelijkheden voor burgers om te participeren in de handhaving –  bijvoorbeeld door te ‘klikken’ – groeien, worden klokkenluiders in beperkte mate beschermd. Dat klikken voor onderling wantrouwen zorgt tussen burgers is reeds een gehoord bezwaar, maar daarnaast gaat van het gebruik van klikfaciliteiten een sterk disciplinerende werking uit. Dit artikel betoogt dat die werking, om met de filosoof Michel Foucault te spreken, ‘panoptisch’ is. Deze term staat voor de disciplinerende gedaante die het strafrecht sinds de moderne tijd heeft aangenomen. In dit artikel wordt de ontwikkeling dat het klikken meer wordt aangemoedigd en meer overheidssteun krijgt in vergelijking tot het klokkenluiden in dit theoretische kader geplaatst.

Eerst wordt ingaan op de criminologische betekenis van klikken en klokkenluiden. Vervolgens wordt uiteengezet hoe de Nederlandse overheid het klikken in toenemende mate faciliteert. Dan wordt ingegaan op de beperkte bescherming die klokkenluiders genieten. Daarna wordt het perspectief verlegt naar Foucaults werk Discipline, Toezicht en Straf, waarin de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen naar de moderne tijd wordt beschreven.

Op deze wijze bespreekt dit artikel de implicaties van de schending van privacy die het klikken met zich meebrengt. Betoogd wordt dat Foucaults analyse van toepassing is en dat van het klikken een sterk disciplinerende werking uitgaat. De conclusie luidt dat dit uiteindelijk het verlies van vrijheid van de Nederlandse burgers betekent.

Verklikkers en klokkenluiders

De criminoloog Lissenberg zet in haar afscheidsrede helder het verschil uiteen tussen klokkenluiders en klikkers. Een klokkenluider maakt informatie openbaar over de organisatie waar hij bij betrokken is of was, omdat hij iets aan een misstand wil doen. Hij doet dit in het openbaar. Een verklikker maakt eveneens informatie openbaar, maar blijft hierbij anoniem. Het is verder niet duidelijk wat hij beoogt en waarom hij anoniem wil blijven. [2] Ook anonieme bronnen van journalisten worden de laatste tijd aangemerkt als klokkenluiders. [3] Dit is volgens Lissenberg onjuist. De journalist kent namelijk wel de identiteit van de bron. Daarom zit deze activiteiten, ‘lekken’ genoemd, tussen klikken en klokkenluiden in. [4]

De term klokkenluider is een vertaling van het Engelse whistleblower van de bestuurskundige Marc Bovens. Hij pleitte begin jaren negentig al voor een wettelijke bescherming voor deze groep in Nederland. [5] De Raad van State zag daar weinig in. Hij vroeg zich af wie daar belang bij zou kunnen hebben. Op dat moment waren er immers geen klokkenluiders in Nederland. [6]

In andere landen was dit wel al een bekend fenomeen; zowel de klokkenluiders als de wettelijke bescherming van deze groep. De bescherming klokkenluiders van Nederlands verschilt daarom met de aanpak in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Engeland. In de VS kent men al sinds de jaren zestig klokkenluidersregelingen en Engeland trad in 1999 de Public Interest Disclosure Act inwerking.  [7]

De Duitse socioloog Simmel constateerde dat de autoriteiten sinds het begin van de twintigste eeuw steeds meer de openbaarheid hebben gezocht terwijl privé personen juist meer mogelijkheden gekregen hebben zich af te schermen van de buitenwereld en hiervan ook hebben gebruik gemaakt. [8] Lissenberg meent dat aan het begin van de eenentwintigste eeuw precies het tegenovergestelde plaatsvindt, de bescherming van de privacy van individuen neemt juist af. De geopende de klik- en meldlijnen passen haarfijn in deze ontwikkeling. [9] Het aantasten van de privacy van burgers wordt veelal gerechtvaardigd door een beroep te doen op de veiligheid, die gediend zou zijn bij extra controle en toezicht. [10] De groei van de zogenaamde controle-industrie is hier een goed voorbeeld van. De directe en indirecte werkgelegenheid werd in die sector in 2006 op 1.032.000 banen geschat, wat ongeveer 14% van de Nederlandse beroepsbevolking is. Vanwege het feit dat desalniettemin nog steeds een handhavingtekort bestond, ontstond het idee dat burgers zelf ook een handhavingsverantwoordelijkheid moeten dragen. Om dit te faciliteren zijn de overheid en ook het bedrijfsleven in toenemende mate kliklijnen gaan openen. [11]

Exemplarisch voor deze trend is Meldlijn M. (Meld misdaad Anoniem), die in 2002 in Nederland werd geïntroduceerd. Deze meldlijn geeft mensen de mogelijkheid anoniem ‘semiofficieel’ aangifte te doen. Middels een gratis telefoonnummer worden tips gegeven aan de politie, de belastingdienst en andere organisaties. In 2003 kreeg de politie ongeveer zesduizend bruikbare meldingen via Meldlijn M. en in 2007 was dat aantal gegroeid tot zeventienduizend meldingen.  [12] In 71% van die gevallen werd een vervolgactie ingesteld. [13]

De socioloog Akerström, die voortbouwt op het werk van Simmel, laat zien dat verraad een belangrijk begrip is in het denken over klokkenluiders, verklikkers en informanten. Simmel heeft betoogd dat bewaarders van geheimen een zeer kostbaar bezit hebben en daarmee speciale positie. Het naar buiten brengen van geheimen kan sociale verhoudingen dan ook ingrijpend veranderen. Degene die het geheim heeft bewaard noemt het een onthulling, degene op wie het geheim betrekking heeft noemt het verraad. [14] Vooral klokkenluiders worden getroffen  door het denken in termen van verraad. Een eerder genoemd voorbeeld is Harrie Timmerman, rechercheur in het onderzoek naar Schiedammer parkmoord, die geen contact meer mocht zoeken met zijn vroegere collega’s. Een ander voorbeeld is Fred Spijkers, die in dienst was bij defensie en niet wilde liegen tegen de weduwe van zijn omgekomen collega. Hij raakte zijn functie kwijt. [15]

Klikkers, informanten en klokkenluiders worden dus gezien als klikspanen. Het beeld bestaat dat zij verraad plegen, volgens Lissenberg. Zo komt zij tot een hiermee samenhangend gevaar van de klikmethode. Hoewel het volgens haar aannemelijk is dat de aanpak de illusie van veiligheid vergroot bij de verklikkers, vreest zij tegelijkertijd dat het onderlinge wantrouwen eveneens groeit. Het criminaliteitsbeleid is volgens Lissenberg verandert in een slachtofferbeleid. De overheid heeft bijgedragen aan het beeld dat iedereen voortdurend  het risico loopt slachtoffer te worden van criminaliteit. Lissenburg stelt dan ook dat dit beleid, in combinatie met het beeld dat van klokkenluiders en verraders bestaat, de oorzaak is van een gegroeid onderling wantrouwen tussen burgers in Nederland. Daarom valt te betwijfelen dat meldlijn M., of andere klikfaciliteiten, werkelijk bijdragen aan goed burgerschap. [16]

Lissenberg vraagt zich af waarom klokkenluiders zo slecht beschermd worden, terwijl het anonieme melden van misdaden en misstanden op zoveel aanmoediging kan rekenen van de overheid. Zij meent dat klokkenluiders met een ‘eigen-schuld-dikke-bult-mentaliteit’ worden bejegend. De eventuele ellende van hun ontslag, WAO, ziekte, verminderde inkomsten en stigmatisering hebben zij over zichzelf afgeroepen, lijkt men te denken. Terwijl verklikkers weinig riskeren met hun melding, zijn de risico’s voor klokkenluiders daarentegen vaak zeer groot. Veelal worden zij dan ook het slachtoffer van hun eigen moed. Daarom noemt Lissenberg het onbegrijpelijk dat kroongetuigen in strafzaken, ‘strafbare klokkenluiders’ volgens de minister van sociale zaken, wel een tegemoetkoming (strafvermindering) krijgen en klokkenluiders nauwelijks.

Het panopticon van Foucault

Zoals gezegd betwijfelt Lissenberg of de integriteit van burgers, overheidsfunctionarissen en politici bevorderd wordt door anonieme meldingen van vermoedens van misstanden. Anonieme tips zorgen volgens haar voor wantrouwen en dat is funest voor het creëren van omgeving die integriteit stimuleert. Naast deze aantasting van het onderlinge vertrouwen van burgers gaat er mijns inziens nog een ander gevaar uit van klikken, namelijk disciplinering. Aan de hand van het gedachtegoed van de filosoof Foucault met betrekking tot het moderne strafrecht beschrijf ik waarom klikken een disciplinerende werking heeft.

Foucault geeft een overzicht van de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen tot de moderne tijd. Het straffen in de middeleeuwen noemt Foucault een “ceremonieel van de soevereiniteit”. Het gaat om een vorm van straffen die op het lichaam van de veroordeelde wordt toegepast. Deze toepassing vindt in het openbaar plaats, onder het toeziend oog van een menigte, terwijl de macht –  de monarch – zichtbaar is. Op deze manier gaat de straf als het ware van hem uit. [17]

Het moderne stafrecht ziet er anders uit en wordt door Foucault gekarakteriseerd aan de hand van het ‘Panopticon’. Dit is het ontwerp van een moderne gevangenis van de filosoof Jeremy Bentham. Volgens Foucault staat dit ontwerp symbool voor de bestrijding van het ‘abnormale’ in de moderne samenleving. [18]

Het panopticon is een cirkelvorming gebouw, met in het midden een toren met ramen, uitkijkend op de binnenzijde van de cirkel. Daar begeven zich gevangenen in de cellen. Die gevangenen worden volledig verlicht door een klein raampje aan de buitenzijde van de cirkel, wat het mogelijk maakt dat de bewaker de gevangen continu vanuit de toren hem volledig kan gadeslaan. De mogelijkheid dat de gevangenen ieder moment bekeken kunnen worden is cruciaal volgens Foucault: ‘Daaruit ontstaat het belangrijkste effect van de panoptica: de gedetineerde wordt bewust gemaakt van zijn permanente zichtbaarheid, waardoor de macht automatisch kan functioneren. Het toezicht, al is het discontinu, dient continu effect te hebben.’ [19]

Het bewustzijn van de gevangene dat hij voortdurend bekeken kan worden werkt disciplinerend. Op den duur ziet de gevangene de straf niet meer als extern opgelegd, maar als het ware als een automatisch gevolg op zijn handelen. Als resultaat internaliseert hij de disciplinerende werking op den duur en verwdijnt zijn neiging tot abnormaal gedrag. De grote invloed van dit effect onderstreept Foucault in het volgende citaat: ‘Een straffende macht die het hele maatschappelijke netwerk doordringt, die op alle punten ingrijpt, en die ten slotte niet wordt beschouwd als macht van sommigen over anderen, maar als onmiddellijke reactie van allen op een enkeling.’ [20]

Het is duidelijk dat het klikken en haar effecten goed passen in Foucaults schets van het panopticon. Ook bij het klikken wordt een alomvattend toezicht gecreëerd. Op ieder moment kan de eveneens onzichtbare macht, de klikker, de ander gadeslaan. Men kan ieder moment verraden worden. Hier gaat, net als bij het panopticon, een disciplinerende werking van uit.

Naast het feit dat het klikken geen bevorderende werking heeft op het onderling vertrouwen tussen burgers, worden burgers hierdoor geraakt in hun privacy. Foucault heeft de implicaties van deze aantasting laten zien. In het belangrijke constitutionele arrest  Griswold v. Connecticut is het recht op privacy in de VS in het leven geroepen. De oorsprong van privacy is vrijheid. Justice William O. Douglas schreef in de meerderheidsopinie van deze zaak dat dit recht gevonden wordt in  ”penumbras” en “emanations” van andere grondrechten die gerelateerd  zijn aan vrijheid. [21] In Nederland is artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens van eenzelfde belang als Griswold v. Connecticut. Deze bepaling beschermt burgers tegen inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer. Dat voor het genieten van vrijheid dus een sterke bescherming van privacy nodig is lijkt een gevestigde waarde in het Amerikaanse en Europese recht.

Toch lijkt de Nederlandse overheid deze waarde van ondergeschikt belang te vinden bij straf- en bestuursrechtelijke handhaving. Door het klikken op steeds meer terreinen van bestuurs- en strafrechtelijke handhaving als instrument te gebruiken zullen burgers zich in toenemende mate zichtbaar voelen voor een onzichtbare macht. Gezien de disciplinerende werking van het panoptische effect is dit een reëel gevaar voor de vrijheid van de Nederlandse burger. Dit maakt het feit dat klokkenluiders onvoldoende beschermd worden nog opmerkelijker. Meer steun voor deze groep zou kunnen resulteren in meer klokkenluiders. Dat zou betekenen dat misstanden vaker met open vizier worden aangekaart. Deze weg om handhaving mogelijk te maken lijkt een stuk minder panoptisch omdat er dan geen onzichtbare macht gecreëerd wordt. Een ander belangrijk genoemd nadeel van het klikken is een verlies van het onderling vertrouwen. Door het klikken te faciliteren en klokkenluiders nauwelijks te beschermen marchandeert de overheid met de waarden van privacy en onderling vertrouwen van burgers. Dat lijkt goed voor de handhaving op korte termijn, maar het is twijfelachtig of goed burgerschap hier bij gediend is.

Read More

Voicemails ministers en vele andere Vodafone-klanten moeiteloos af te luisteren

By | Nieuws uit eigen keuken | No Comments

Het afluisteren van voicemails van onder andere ministers, burgemeesters, kamerleden, topambtenaren en woordvoerders bij de Nederlandse overheid is kinderlijk eenvoudig. Dit is zo sinds de overstap van de Nederlandse overheid naar Vodafone voor al haar mobiele telefoniediensten.

Voicemails zijn via een andere telefoon met een standaardcode af te luisteren. Dat blijkt uit onderzoek van het actualiteitenprogramma EenVandaag. Het instellen voor álle gebruikers die géén persoonlijke code in hebben gesteld, is een zeer ernstig datalek. Het betekent dat voicemailberichten van mogelijk miljoenen mensen op straat liggen. Zo kan staats- of bedrijfsgeheime info op straat belanden.

Get Microsoft SilverlightBekijk de video in andere formaten.

Emile Roemer (SP) vindt het een grof schandaal: “Dat dit zelfs op dit niveau gebeurt, is knulligheid ten top. De staatsbeveiliging heeft hier gewoon gefaald!”

De zwakke plek zit in de mogelijkheid van Vodafone om een voicemail op afstand af te luisteren via een andere telefoon. De meeste gebruikers luisteren hun voicemail alleen af via hun eigen mobiele telefoon en zijn dus niet op de hoogte van de mogelijkheid deze via een andere telefoon af te luisteren. EenVandaag had, doordat deze info voor iedereen beschikbaar is, toegang tot de voicemailberichten van onder andere ministers, staatssecretarissen, kamerleden, burgemeesters, De Nederlandse Bank en de RVD.

Vrijwel alle overheidsdiensten waaronder de ministeries maar ook zelfstandige bestuursorganen als de AFM, De Nederlandse Bank en de Luchtverkeersleiding Nederland maken gebruik van Vodafone. Daarnaast zijn er ook enkele miljoenen burgers die een Vodafone-abonnement hebben. Het gros van de gebruikers is niet op de hoogte van de afluistermogelijkheid via een ander toestel en van de standaardcode die daartoe ingesteld is.

Vodafone laat in een reactie weten dat het in principe een eigen verantwoordelijkheid is van de Vodafone-gebruiker om een code te wijzigen. Een groot deel van de klanten kiest er volgens Vodafone voor om deze pincode niet te wijzigen. Wel zal Vodafone vanaf vanavond ervoor zorgen dat het afluisteren van je voicemail op afstand alleen nog maar kan door die gebruikers die hun veiligheidscode aangepast hebben.

De SP wil uitleg van de premier en van de verantwoordelijke ministers.

 

Overheid mag naam ‘DigiD’ blijven gebruiken

By | Rechterlijke uitspraken | No Comments

Door Danny Mekić:

Het is de nachtmerrie van iedere ondernemer: je bedenkt een goede naam voor je bedrijf, product of dienst, en een korte tijd later komt een veel grotere partij met een sterk lijkende naam ‘op de markt’ die jouw handelsnaam dreigt weg te vagen. Afgelopen woensdag was de uitspraak in het kort geding DigiD/Digi-D, waarbij het in 2003 opgerichte bedrijfje ‘Digi-D’ in 2004 werd geconfronteerd met het gebruik van de naam ‘DigiD’ door Stichting ICTU, die namens de Rijksoverheid beveiligde digitale contacten met burgers mogelijk moet maken. De overheid zou de naam DigiD niet mogen gebruiken, omdat het een inbreuk op het handelsnaamrecht van Digi-D op zou leveren, of in elk geval een onrechtmatige daad vormen. De overheid zelf heeft het logo van DigiD bij het merkenbureau gedeponeerd als beeldmerk.

In deze zaak stelde het bedrijf Digi-D veel schade te ondervinden door e-mails, soms met vertrouwelijke informatie, die verkeerd aankomen en beantwoord moeten worden, maar ook daling van de waarde van de eigen handelsnaam door het gebruik van een gelijkende naam door de Staat.

De President van de Rechtbank wijst de vorderingen af, en overweegt daarbij dat de Staat zelf géén gebruik maakt van een handelsnaam door het gebruik van een digitale authenticatiedienst onder de naam ‘DigiD’. Omdat het hier gaat om een activiteit zonder winstoogmerk, kan er ook geen sprake zijn een ‘onderneming’ waarmee inbreuk op een andere handelsnaam plaats zou vinden (Hoge Raad 24-12-1976, LJN: AC5861).

De Staat heeft DigiD weliswaar als merk geregistreerd bij het Benelux Merkenbureau, maar volgens de rechter is er geen sprake van het gebruik van dat merk omdat het logo en woord ‘DigiD’ niet gebruikt wordt ‘om afzet te vinden voor waren of diensten in het economisch verkeer’.

Uit het arrest HvJEG 12 november 2002, zaak C-206/01 (LJN AK3864, Arsenal – Reed, r.o. 40) en HvJEG 25 januari 2007, zaak C-48/05 (LJN BA3332, Opel – Autec, r.o. 18) volgt dat slechts sprake is van merkgebruik indien de tekens ‘DigiD’ worden gebruikt in het kader van een handelsactiviteit waarmee een economisch voordeel wordt nagestreefd. Naar voorlopig oordeel is daarvan geen sprake wanneer, zoals in het onderhavige geval, het teken in het kader van het uitvoeren van een overheidstaak wordt gebruikt ter aanduiding van een authenticatiesysteem waarmee burgers zich in hun communicatie met de overheid kunnen identificeren.

Is er dan misschien sprake van onrechtmatig handelen van de Staat, door zo’n sterk lijkende naam te gebruiken, en deze soms verkeerd te schrijven (uit het vonnis blijkt dat ambtenaren soms ‘Digi-D’ schrijven in plaats van ‘DigiD’ in ambtelijke stukken)? Dat is het geval wanneer er daadwerkelijk en aantoonbaar verwarring optreedt én er aanvullende omstandigheden zijn waaruit de onrechtmatigheid zou blijken. De  President van de Rechtbank merkt op dat

[..]niet weersproken is dat de Staat na overleg met Digi-D maatregelen heeft genomen om de verwarring bij het publiek tegen te gaan en dat hij [de Staat, red.] een bedrag van € 100.000 heeft aangeboden als vergoeding voor maatregelen van Digi-D die een einde moeten maken aan de bestaande verwarring. Digi-D meent dat dit bedrag onvoldoende is, maar daarvan blijkt in deze procedure niet.

De Staat heeft eerder blijkbaar €100.000,- aangeboden om Digi-D te helpen een einde te maken aan de verwarring, daarmee wordt natuurlijk gedoeld op het uitkiezen van een andere naam. Dat is geen kleine schadeloosstelling. Digi-D heeft in deze zaak niet (voldoende) aangetoond waarom dit een te laag bedrag zou zijn. Uit de uitspraak van de Rechtbank blijkt ook niet dat helder is betoogd waarom er daadwerkelijk verwarring en schade ontstaan is, en hoe het schadebedrag berekend is. Onbekend is of er nog een bodemprocedure of hoger beroep volgt.

Rechtbank ‘s-Gravenhage 17 november 2010 (DigiD), zaaknummer 371238, KG ZA 10-891 (vonnis)

UPDATE: Bovenstaand bericht is inmiddels overgenomen door Spits (mét bronvermelding) en NU.nl (zonder bronvermelding).