All Posts By

NewTeam Editor

Danny Mekić ontmoet Ricardo Semler

By | Actualiteiten, Innovatie | No Comments

Tijdens de Randstad Award ontmoetten Ricardo Semler, directeur van het bekende Braziliaanse bedrijf Semco, en Danny Mekić, oprichter van NewTeam, elkaar en spraken over de snelle maatschappelijke veranderingen waardoor steeds meer grote organisaties worden uitgedaagd, vooral door start-ups, om te innoveren en te veranderen.

Big Data en de Lonely Wolf

By | Columns | No Comments

Zélf informatie verzamelen als organisatie is belangrijker dan ooit. Hoe meer je als organisatie van de wereld begrijpt, hoe beter je producten en diensten zullen aansluiten op de vraag van de consument, hoe groter de kans is dat je marketing daadwerkelijk je toekomstige klant zal bereiken, en hoe beter je in staat bent om bestaande relaties te behouden.

Dankzij zoekmachines is steeds meer informatie op internet te vinden. Om een concurrentievoordeel te behalen, zul je dus beter moeten zoeken dan je buurman. En omdát steeds meer informatie te vinden is op het openbare internet, is de informatie die je daar aantreft gemiddeld steeds minder bruikbaar. Zoeken naar een speld in een hooiberg is niets vergeleken met de ieder jaar met 100% toenemende omvang van het internet.

Hoe ziet de 21e-eeuwse hooivork eruit waarmee je de informatie vindt waar je naar op zoek bent? Verzamel zelf de informatie, analyseer het en maak het bruikbaar voor je eigen organisatie. Kijk maar naar de grote Silicon Valleybedrijven waar zo tegenop wordt gekeken; Google, Facebook, Instagram, bedrijven die we roemen en enkel roemen om hun online informatiepositie, en het geld dat ze daarmee verdienen.

Hoe staat het met de informatie waar de grote bedrijven al wél over beschikken? Niet goed, constateer ik iedere keer weer als ik een callcenter aan de telefoon heb. “Wat is uw klantnummer?” – ik bel toch echt met het mobiele nummer dat ook in hun databank staat. En met “U” aangesproken worden wil ik trouwens ook niet als 26-jarige, terugdenkend aan mijn geboortedatum die ik in moest vullen bij het afsluiten van het contract.

Het is helaas vaak een lonely wolf die zich binnen grote organisaties bezighoudt met het onderwerp Big Data, die collega’s zo ver moet krijgen om “hun” data te delen, en een manier te vinden om de informatie doorzoekbaar en bruikbaar te maken. Het zijn ook lonely wolfs binnen organisaties die juist héél ver zijn met dataverzameling en die we moeten wijzen op de privacygrenzen.

Helaas kan een lonely wolf in zijn eentje niet de wereld veranderen. Behalve wanneer hij plotseling in Marknesse gevonden wordt – óf Edward Snowden heet.

Deze column schreef NewTeam-partner Danny Mekic’ op verzoek van Radio 1, TROS In Bedrijf.

Niet online willen zijn ‘omdat de buurman dat ook is’

By | Nieuws uit eigen keuken | No Comments

Bedrijven die online willen ondernemen, moeten van tevoren vooral een heel duidelijk doel hebben. Hoe enthousiast NewTeam-partner Danny Mekić ook is over online ondernemen, bedrijven moeten er niet te snel resultaat van verwachten.

Sommige ondernemers worden alleen op internet actief, omdat de concurrent dat ook is. “Dan wordt het middel het doel, maar dan zal je niet slagen”, zegt hij.

Doel
Een ondernemer moet van tevoren heel goed weten wat hij wil bereiken met een site, campagne of bedrijvenpagina op een sociaalnetwerksite.
Sociaalnetwerksites kunnen onder meer gebruikt worden voor het beantwoorden van vragen, het vinden van klanten en het inspelen op hun wensen.

Geschikt platform
Als het doel duidelijk is, kan een bedrijf ook makkelijker bepalen welk platform geschikt is voor zijn boodschap. “Welk platform je moet kiezen, hangt helemaal af van je doel en doelgroep”, legt hij uit. Zo is Pinterest interessant voor modebedrijven, omdat meer dan de helft van de actieve gebruikers vrouw is.

Toch moeten ondernemers niet te veel in hokjes denken. Het is een groot misverstand dat alleen jonge potentiële klanten internetten via tablets en smartphones.
Het gebruik van mobiel internet groeit het snelst onder mensen tussen de 65 en 75 jaar. “En daar zijn nu nog weinig aanbieders voor.” Omdat die groep relatief snel groter wordt, ziet hij daar een grote kans voor bedrijven.

Afhankelijk
Ondernemers moeten wel oppassen wat er met hun gegevens gebeurt. En dan gaat het niet alleen om de beveiliging van gegevens. Als een bedrijf bijvoorbeeld een netwerk van klanten opbouwt op Facebook, dan zijn die gegevens niet van de onderneming zelf. Als Facebook ooit wordt opgeheven, raken bedrijven die waardevolle gegevens kwijt.

Het is volgens Mekić dan ook verstandig om niet afhankelijk te worden van één platform. “Want ze volgen elkaar nu sneller op dan ooit.”
Slimmer is het om uit te zoeken wat de belangrijkste nichepagina’s in de eigen branche zijn. “Investeer een middag om die pagina’s te vinden en vraag of ze naar je willen linken.” Dat levert dan weer specifieke geïnteresseerde bezoekers op je pagina op.

Dagelijks
Om online succesvol te zijn, moet een ondernemer er langere tijd, dagelijks mee bezig zijn. En dat is een kwestie van dingen uitproberen. Hij geeft ondernemers de tip om zogenoemde A/B-testen te doen. Een bedrijf kan twee versies van een website, advertentie of bestelknop maken en dan testen wat beter aanslaat.
En budget hoeft niet per se een probleem te zijn als concurrenten samenwerken met het opzetten van een internetcampagne. Bovendien zijn er ook veel gratis diensten. “Betaal niet te snel voor iets”, tipt Mekić.

Het beste voorbeeld van de online ondernemer is Mekić misschien wel zelf. Hij pendelt met een accu waar zijn laptop en smartphone het 30 uur mee kunnen doen, heeft een online handtekening en betaalt een postbedrijf om zijn brieven op de bus te doen. “Ik heb zelf eigenlijk niet echt een kantoor”, geeft hij lachend toe.

Bron: nuzakelijk

Innovatie: speedboten en olietankers

By | Innovatie | No Comments

Een economie die hapert, laat binnen bestaande grote bedrijven weinig ruimte voor innovatie. Medewerkers met een goed idee die willen gaan innoveren worden meer dan ooit geconfronteerd met kritische ogen die vragen om een uitgekiend investeringsvoorstel: voordat er geïnnoveerd mag worden, moet bewezen worden dat de innovatie gaat lukken. En winst oplevert. En juist dát kán niet op voorhand bij echte innovaties.

Steeds meer creatieve en innovatieve mensen verlaten daarom grote organisaties, beginnen een eigen bedrijf of vertrekken naar het buitenland. Zo zitten er momenteel 30.000 Nederlanders in Silicon Valley en eén ding is zeker: ze zijn daar geen Excel-sheets aan het invullen of aan het smeken om budget voor innovaties. Sterker nog: momenteel is er een groot overschot aan geld in de vallei, als je een overtuigend goed idee hebt, over de juiste presentatie-skills beschikt én bereid bent om een paar jaar keihard te werken, dan gaan investeerders graag met je in gesprek.

Maar daarmee lossen we het steeds groter wordende innovatieprobleem binnen bestaande, grote Nederlandse bedrijven niet op. Als we kijken naar de 100 grootste bedrijven, dan zijn zeker 50 grote, logge, olietankers die al jaren dezelfde koers volgen. Hoe kunnen die een dichtgemetselde manier van innoveren verlaten, zonder meteen de flappentap open te moeten zetten, en misschien ook wel een paar Nederlandse topinnovatoren terugverleiden uit de vallei?

Simpel: door als olietanker speedboten los te laten. Laat kleine teams van innovatieve mensen los, zet ze apart met een eigen budget en laat ze samen met studenten en de wetenschap aan een innovatie werken. Dat kunnen speedboten tegen een fractie van de kosten. En een ander voordeel is dat ze vrij over het water kunnen bewegen, zonder vast te lopen op de zandbank van bestaande belangen van de interne politiek.

Deze column schreef NewTeam-partner Danny Mekic’ op verzoek van Radio 1, TROS in Bedrijf.

Nationale cyberschuilplaats houdt DDoS-aanvallen buiten de deur

By | Beschouwing | No Comments

De recente DDoS-aanvallen op banken, KLM en DigiD –met onbereikbaarheid en grote financiële schade tot gevolg– laten zien hoe afhankelijk onze samenleving is geworden van het internet, en hoe kwetsbaar vitale websites en diensten zijn voor dit soort aanvallen, die technisch gezien door nagenoeg iedereen georganiseerd kunnen worden verbinden met een internetverbinding. De Politie hack-bevoegdheden geven, zoals Minister Opstelten eind vorig jaar voorstelde, lost niets op maar betekent slechts een nieuw hoofdstuk in een kat-en-muisspel: ook de aanvallers zijn namelijk bezig hun methoden te verbeteren. Nederland zou met het toe-eigen van provocerende internationale hackbevoegdheden juist váker doelwit kunnen worden. Moeten we leren leven met die kwetsbaarheid in onze samenleving en de regelmatige uitval van vitale diensten, of wordt het tijd voor een ander soort oplossing?

Om een einde te maken aan de overlast van buitenlandse DDoS-aanvallen zou een ‘nationaal internet’ opgezet moeten worden waar vitale websites en diensten zoals DigiD en internetbankieren zich als backup op aan kunnen sluiten. Het nationaal internet wordt direct verbonden met aanbieders van Nederlandse internetverbindingen, zoals XS4ALL, Ziggo en KPN. Buitenlandse internetverbindingen, waar de meeste DDoS-aanvallen vandaan komen, zijn niet aangesloten op het nationale backup-internet. De vitale websites en diensten blijven zo onder normale omstandigheden wereldwijd toegankelijk, maar bij (zware) DDoS-aanvallen beperkt het leed zich tot onze landsgrenzen, met veel minder overlast en schade tot gevolg. Wat Nederlandse doelwitten, vanwege hun beperkte impact, minder aantrekkelijk maakt.

Natuurlijk zullen er ook DDoS-aanvallen plaatsvinden binnen het Nederlandse netwerk, maar zij zullen minder snel de intensiteit kennen van wereldwijde aanvallen maar vooral ook beter onderzocht en vervolgens geblokkeerd kunnen worden. Daar waar het spoor van Politie en Justitie naar de daders nu vaak ophoudt bij buitenlandse landsgrenzen, is het bij een binnenlandse aanval goed mogelijk om de gebruikte computers fysiek op te sporen en te onderzoeken hoe zij bij de aanval zijn betrokken. Met zicht op de daders.

Bij een nationaalinternet is het goed mogelijk om een intelligent waarschuwingssysteem te gebruiken, waarbij plotselinge aanvallen aan de zijde van de vitale diensten op het interne netwerk zoveel mogelijk automatisch worden gestopt in samenwerking met de aangesloten Nederlandse internetproviders. Het systeem zou daarnaast geanonimiseerde, statistische informatie kunnen genereren waar een actueel dreigingsbeeld uit ontstaat, niet alleen voor politieonderzoek maar juist ook voor bedrijven en organisaties zelf, die nu in het duister tasten over de recente gebeurtenissen en niet precies weten of en hoe zij zich moeten wapenen. Door de aanvalsinformatie voor alle vitale diensten te verzamelen, te koppelen en te verspreiden, moet het mogelijk worden aanvallen gericht op meer dan één vitale website sneller te signaleren, maar ook aanvallen tegen te gaan door op basis van deze informatie beveiligingsbeslissingen te nemen. Onderzoekers moeten de informatie daarnaast kunnen gebruiken voor onderzoek naar betere beschermingsmethoden.

Alternatieven lijken er niet te zijn: het is ondoenlijk om iedere Nederlandse organisatie de allerbeste DDoS-beveiliging aan te laten schaffen of iedere aanval telkens handmatig af te wenden, dat zou daarnaast de maatschappelijke kosten enorm opdrijven. Een “nationale firewall”, waarbij het Nederlandse internet volledig afgesloten zou kunnen worden van de buitenwereld, is geen optie: niet alleen druist zoiets in tegen het open karakter van het internet, het zou ook principeel onbespreekbaar moeten zijn vanwege massacensuur die het theoretisch in de hand zou kunnen werken – zoals met vergelijkbare systemen bijvoorbeeld in China gebeurt.

De vitale diensten van alle EU-lidstaten zouden moeten werken aan vergelijkbare netwerken, zodat de nationale ‘veilige’ netwerken in de toekomst met elkaar verbonden kunnen worden. Er ontstaat zo een veiliger, stabieler internet waar lokale autoriteiten aanvallen sneller op kunnen sporen en kunnen stoppen. Een veilige haven, die binnen haar grenzen zelfs bij de zwaarste wereldwijde cyberaanvallen stabiel en bereikbaar te houden is, wat de vitale diensten minder aantrekkelijk maakt voor digitale kwajongens maar misschien zelfs ook voor zware criminelen: die kunnen hun tijd beter elders verdoen. En in landen zonder aansluiting op het veilige internet zouden ‘veilige’ verbindingen, bijvoorbeeld op ambassades, ingericht kunnen worden. If you can’t beat them, hou ze voorlopig dan maar gewoon buiten de deur.

NewTeam-partner Danny Mekic’ is op zoek gegaan naar andere en toekomst bestendigere oplossingen dan het opvoeren van beveiligingsniveau’s. Bovenstaand opiniestuk verscheen 7 mei 2013 in NRC Handelsblad en nrc.next.

“Facebook-rellen” in Haren waren geen Facebook-rellen

By | Opinie | One Comment

Schermafbeelding 2013-03-07 om 12.28.17De commissie Cohen die gisteren de resultaten bekend maakte over wat er gebeurde bij de rellen in Haren, kreeg onder andere opdracht om de rol van Facebook in de rellen te bestuderen. Dat hebben ze niet gedaan. In plaats daarvan hebben ze berichten op Facebook geanalyseerd.

Vorig jaar september reageerde Rob Bats, de burgemeester van de Gemeente Haren, hysterisch op een uitnodiging op Facebook waar voor de grap enkele honderden, later duizenden gebruikers bevestigend op hebben gereageerd. Het beangstigende was dat hij voor het eerst tijdens zijn werk werd geconfronteerd met een internetoproep om naar zijn gemeente te komen. Hij had het moeten zien als traditioneel vraagstuk van veiligheid en orde maar omdat het afkomstig was van Facebook raakte hij in verwarring.

Het ging zoals vaker: je ontvangt op Facebook een uitnodiging van een vriendin, die uitgenodigd was door een vriend en je geeft aan of je aanwezig zult zijn of niet, een ritueel dat zich bij bovengemiddelde Facebook-gebruikers soms dagelijks, soms tot veel frustratie, voordoet. ,,Aanwezig zijn” is een druk op de knop en betekent zeker niet dat je daadwerkelijk bij een evenement bent: de begrafenis van Michael Jackson trok zo’n 20 miljoen virtuele aanwezigen, maar natuurlijk niet in werkelijkheid.

Dat wist de gemeente niet, zodat paniek ontstond over hoe te handelen bij een ‘Facebook-evenement’ waar honderden tot duizenden virtueel bij aanwezig zijn met de fantasie extra geprikkeld door een verwijzing naar de film Project X in de uitnodiging, een film waarin een feest uit de hand loopt. In de weken na de plaatsing van de Facebook-uitnodiging zorgde deze nog niet voor een explosie aan berichten over het ‘Facebook-feestje’. Dat gebeurde pas twee dagen voor de rellen en daar speelde Facebook nauwelijks een rol bij.

Vraag het een tiener en je hoort hoe simpel het is: je verandert de datum en tijd naar een moment in het verleden (waardoor het evenement opeens ‘geweest’ is) en verwijdert adresgegevens, optioneel maar niet noodzakelijkerwijs stuur je een bericht naar iedereen die aangegeven heeft aanwezig te zullen zijn dat het evenement niet doorgaat en tenslotte verwijder je het evenement. Geen reljongere die de datum, tijd en het adres in zijn agenda heeft geschreven, of het zich misschien zelfs herinnert. Eventueel hou je de sociale media in de gaten om aanwijzingen te vinden die duiden op gerichte plannen van individuen of zichtbare groepen om zo beter voorbereid te raken.

In plaats daarvan werd totale chaos uitgestraald door het uitroepen van een noodverordening met de vermelding dat deze voorlopig ‘op de plank’ bleef liggen. Er zou geen feest zijn, maar werd gezocht naar alternatieve feestmogelijkheden en de eerste artiesten hadden zich gemeld. Ramptoeristen waren niet welkom, maar mochten met de nodige narcoticahoudende versnaperingen wél de gemeente in – wat te zien was op de livestream van een zeventienjarige jongen met urenlang gemiddeld 50.000 kijkers. Vervolgens was op nieuwssites het bericht te lezen dat de gemeente een voetbalveld had voorzien van twee mobiele lichtmasten en had gereserveerd als ‘alternatieve feestlocatie’. Wist u nog wat er stond te gebeuren? Of alleen dat er iéts stond te gebeuren?

Alsnog was het niet te laat. Door eenmalig vanuit de gemeente en politie maatregelen mee te delen (samenscholingsverbod, alcoholverbod, ME paraat) had de veiligheidsdriehoek kunnen voorkomen dat Haren dagenlang de meest besproken van Nederland werd. Dus niet het vuurtje brandend houden met dagelijkse interviews en voorlichtingsbijeenkomsten over het verwijderen van straatnaamborden – die tieners anno 2013 niet langer nodig hebben om de weg te vinden.

Helaas had ook dat alles in dit geval niet veel uitgemaakt: met het nieuws dat de gemeente een voetbalveld met twee mobiele lichtmasten had gereserveerd voor een ‘alternatief feest’, een regelrechte uitnodiging, heb je sociale media als Facebook helemaal niet nodig om een kleine gemeente gevuld te krijgen.

Dat Facebook van alle invloeden écht de meest verwaarloosbare rol heeft gespeeld blijkt wel uit een analyse van de sociale media berichten over Haren, Project X en Merthe: bijna alle berichten werden de twee dagen voor de rellen geplaatst – toen heel Nederland het er al over had -, en niet de weken ervoor. Daarnaast was Facebook zelf tijdens de zogenaamde Facebook-rellen helemaal niet bereikbaar in Haren met dank aan een overbelast gsm-netwerk.

Facebook als bedrijf, website of platform heeft dus helemaal geen zelfstandige rol of sleutelrol gespeeld bij de rellen in Haren. Behalve wanneer Facebook een synoniem is geworden voor ‘wijzelf’.

Dit opiniestuk schreef NewTeam-partner Danny Mekic’ op verzoek van NRC Handelsblad, en werd gepubliceerd op 9 maart 2013.

Danny is sinds 2010 werkzaam als internetstrateeg voor onder andere de Politie, Belastingdienst en de Fiscale Inlichtingen- en Opsporings Dienst en nam dat jaar zitting in een adviescommissie van de Ministeries van Economische Zaken en Onderwijs, Cultuur & Wetenschappen en doceert sinds vorig jaar Digital Public Affairs aan de Universiteit Leiden, faculteit Den Haag.

In september sprak Radio 1 Danny over de gebeurtenissen in Haren en de sociale media:

Op uitnodiging van TEDxRoermond deelde Danny zijn analyse. In de zaal waren ook bewoners van de Gemeente Haren aanwezig:

9 lessen uit Haren

By | Actualiteiten | 2 Comments

Het is een klassieke communicatiecasus: de massahysterie na The War of the Worlds, een radio-hoorspel uit 1938 over een invasie door marsmannetjes, naar het boek van H.G. Wells, geregisseerd door Orson Welles. Veel Amerikanen raakten in paniek bij het horen van de realistisch aandoende nieuwsberichten over de Martiaanse landing en vluchtten de stad uit. Vervolgens werd de paniek zelf een hype: binnen een maand had het nieuws wereldwijd in 12.500 kranten gestaan. De media werden dan ook uitgeroepen tot de grote schuldigen: CBS, omdat het de luisteraars te weinig gewaarschuwd zou hebben dat het om een fictief verhaal ging, de kranten omdat ze de situatie zouden hebben opgeklopt tot een veel grotere paniek dan werkelijk het geval was geweest.

Bijna driekwart eeuw later hebben we Project X. What’s new? Eigenlijk niet zoveel: ook nu was sprake van een heftige respons op een simpele stimulus via een medium (dit keer geen radio, maar een uitnodiging gone wrong op Facebook), ook hier was sprake van paniek (maar dan vooral bij de gemeente Haren) en werd de (te verwachten) opkomst gehyped door de media (van de zestien miljoen mensen die ervan wisten, kwamen er slechts drie- tot vijfduizend daadwerkelijk naar Haren) en ook nu werden de media veroordeeld wegens stemmingmakerij.

Toch zijn er ook verschillen: in 1938 was er nog niet eens tv, laat staan internet. Het nieuws had destijds nog een maand nodig om alle uithoeken van de wereld te bereiken, nu is nieuws via Twitter binnen een paar minuten mondiaal bekend. In plaats van achteraf registrerend, zijn media dus realtime en daarmee gedragsbeïnvloedend en escalerend geworden, zowel in positieve als negatieve zin. De social media – een benaming die extra betekenis kreeg tijdens de Arabische lente, waar opstandelingen zich verenigden via Twitter en Facebook – blijken met hetzelfde gemak ook als a-social media door het leven te kunnen gaan. In Haren werden ze immers misbruikt door vandalen en relschoppers. Diezelfde transparantie kan echter ook helpen bij het managen en communiceren van een dreigende crisis. Daarom: de lessen uit Project X, ofte wel een nieuwe communicatieklassieker. Geanalyseerd en geduid door een gelegenheidscommissie, bestaande uit Bartho Boer, hoofd bestuursvoorlichting van de Gemeente Amsterdam, Piet Hein Coebergh, lector en docent PR & Social Media aan de Hogeschool Leiden en partner bij Coebergh PR, communicatie-expert Hans Siepel en onze eigen Danny Mekic’, onder anderen werkzaam voor de Politie, FIOD, Belastingdienst en diverse Ministeries en als internetexpert gespecialiseerd in crowd control en massamobilisatie.

1. Geen paniek!

Voetbalvandalen, uit de hand gelopen, illegale housefeesten of de kermisrelletjes van vroeger: relschoppers blijven relschoppers, alleen hun podium wisselt met de jaren. ‘Hooliganism is niets nieuws, dat verschijnsel kenden we allang’, aldus socialmediaspecialist Piet Hein Coebergh. De autoriteiten in Haren raakten echter in paniek door de rol die Facebook en Twitter daarbij speelden. Maar wat blijft er over wanneer het project X-‘feestje’ wordt ontdaan van die ‘digitale steroïden’ (Coebergh)? ‘De gemeente Haren heeft zich onvoldoende gerealiseerd dat dit niets anders was dan een traditioneel vraagstuk van openbare orde’, aldus internetexpert Danny Mekic . En met dat bijltje hebben ze al zo vaak gehakt. ‘Maar door hun onbekendheid met social media ontstond een schrikeffect.’

2. Know thy social media

Burgemeester Bats van Haren kreeg dertien dagen voor de rellen een telefoontje van zijn 18-jarige zoon: ‘Pap, je krijgt een feest in Haren.’ Zoonlief had het gezien op Facebook, waar de bewust niet twitterende burgemeester alleen op zat om zijn kinderen te volgen. ‘Je hoort als burgemeester te weten uit welke hoek gevaar dreigt’, aldus Coebergh. ‘Dus moet je op de hoogte zijn van een film als Project X en je weg weten in de jeugdcultuur. Daarvoor hoef je je niet in de krochten van de social media te begeven, je kunt beginnen met Geenstijl.’ Toch is het ook handig als autoriteiten leren hoe een Facebook-uitnodiging werkt, om het brandje zo voortijdig te kunnen uittrappen, aldus Mekic. ‘Bij de begrafenis van Michael Jackson gaven 20 miljoen mensen op Facebook aan dat ze zouden komen. Maar uiteindelijk kwam slechts een fractie daarvan. De gemeente Haren had het effect nog verder kunnen indammen door de klaarliggende noodverordening meteen in werking te laten treden en Facebook zo te dwingen het event te verwijderen. Op die manier voorkom je dat Facebook de standaardreminder verstuurt, kunnen mensen niet meer linken naar het event en kun je mensen die aangeven tóch te gaan, een bericht sturen dat het is afgeblazen.’ Maar dan moet je wel over expertise in internetcommunicatie beschikken. Die hebben de autoriteiten vaak nog niet, aldus Mekic . ‘Er werd voorgesteld Whatsapp en Ping in Haren af te sluiten, net als in Athene, maar er was niet eens bereik!’ Communicatieprofessionals moeten die expertise dan ook naar binnen helpen brengen, vindt hij. ‘Project X onderstreept maar weer eens dat de social media een cruciale rol spelen bij crisiscommunicatie. Wacht niet tot die crisis er ineens is.’ Bij de samenstelling van de commissie-Cohen, die de situatie in Haren gaat onderzoeken, ziet hij dezelfde omissie: ‘Waarom zet je niet iemand aan het roer die verstand heeft van social media? Wij jongeren zouden trouwens ook geen zes maanden doen over dat onderzoek.’

3. Gooi geen olie op het vuur

Het op Facebook begonnen vuurtje door de lucifer van Merthe begon zich pas echt te verspreiden toen het werd aangeblazen door de traditionele media. Het Facebook-bericht bereikte aanvankelijk maar zo’n 10.000 mensen en er werden slechts een paar duizend tweets verstuurd. Pas twee dagen voor D-day explodeerde het, door alle media-aandacht. Die media werden constant gevoed door spannende berichten van de gemeente Haren – bijvoorbeeld over het weghalen van straatnaamborden –, die mensen eerder uitdaagden dan afschrikten. ‘Je moet geen olie op het vuur gooien door meteen te gaan roepen dat er een noodverordening klaarligt of er een peloton ME klaarstaat’, aldus Bartho Boer, hoofd bestuursvoorlichting van de gemeente Amsterdam, waar ook een Project X werd aangekondigd. ‘Dan creëer je een roze olifant, waar mensen juist op afkomen. Bovendien moet je oppassen dat je zo’n event met communicatie gaat “witten”, statuur geeft.’ Ook Mekic is van mening dat er pas gecommuniceerd moet worden over een noodverordening (én de handhaving daarvan) als het fout dreigt te gaan. ‘En dan liefst eenmalig en niet dagelijks in allerlei live tv-shows en burgerbijeenkomsten, waardoor er alleen maar meer zuurstof bij het bermbrandje komt.’

4. Kies voor een gefaseerde aanpak

In die eerste fase had de gemeente Haren Project X dus zo klein mogelijk moeten houden. Verder had er volgens Mekic alvast gestructureerd nagedacht moeten worden over de communicatie en de inzet van social media tijdens de week voor het ‘feest’ (fase 2: één mediamoment kiezen, rest radiostilte), op de dag zelf (fase 3: internet en social media monitoren, strakke aanpak) en de periode na het feest (fase 4: opsporen verdachten en een bericht naar de no show: ‘Nu zie je waar dit op uitdraaide’). Ook Boer benadrukt het belang van een gefaseerde aanpak. ‘Eerst zorgen dat zo’n evenement niet onnodig groot wordt en voortdurend vinger aan de pols houden. Pas als je een kantelpunt bereikt en het toch een grote bijeenkomst wordt, haal je de noodmaatregelen uit de kast, zoals een wapen- of alcoholverbod en stel je een norm door consequent te vertellen dat mensen niet welkom zijn. Vervolgens vertel je ook waarom je die norm stelt: “Anders wordt het een knokpartij.” In Haren liepen die twee fasen tot het laatste moment door elkaar heen.’

5. Voorkom verwarring door onduidelijke communicatie: boodschapdiscipline!

Alle ‘nieuwe’ media ten spijt, kenmerkte Project X in Haren zich dan ook vooral door een klassieke communicatiefout, benadrukken alle commissieleden: geen eenduidige boodschap. Eerst werd gezegd dat er geen feest zou komen, daarna waren er geruchten over een alternatief feest, en vervolgens werd toch maar een voetbalveld gereserveerd. ‘De gemeente Haren had eerst een omgevingsanalyse moeten doen’, aldus Hans Siepel. ‘Wilden de inwoners wel of niet een feest? Geen feest? Dan had dat rolvaster en strakker gecommuniceerd moeten worden. Je moet je als gemeente woordvoerder van de belanghebbenden maken.’ Als die boodschap onvoldoende gehoord wordt, moet hoger ingeschakeld worden, aldus Siepel. Via de media, maar ook via de eigen platforms. ‘De meeste autoriteiten zijn te sterk op alleen media georiënteerd’. Terwijl het bij crisiscommunicatie vooral om drie dingen gaat: publieksinformatie (wat is er aan de hand?), schadebeperking (instructies als: sluit ramen en deuren) en betekenisgeving (de burgemeester die woorden geeft aan de collectieve emotie). Ook Coebergh laakt de dubbelhartige. ‘Je proefde de twijfel van de gemeente Haren. Dan gaat het glijden: er ontstond verwarring en dat effect werd door de social media vervolgens enorm uitvergroot. stond verwarring en dat effect werd door de social media vervolgens enorm uitvergroot.’ Boer: ‘Op de dag zelf zei de burgemeester nog te hopen op “een ludieke avond!”’

6. Zorg voor een goede informatiepositie

Crisismanagement en -communicatie staat of valt in elke fase met een goede informatiepositie. ‘Vroeger was de woordvoerder de koning van het vak, nu de informatieanalist’, volgens Siepel. ‘Die brengt het beeld van buiten naar binnen: aan welke informatie is behoefte, welk gedrag laten mensen zien, luisteren ze wel?’ De social media spelen een belangrijke rol bij die informatiepositie. De gemeente Amsterdam zette het eigen webcareteam in en hield daarnaast contact met de informatiedeskundigen van de politie, die constant de bewegingen op internet volgden. Mekic had de week voor het event drie alerts uitstaan: ‘Project X’, ‘Merthe’ en ‘Haren’, en kon zo de groeiende dynamiek tussen social en traditionele media volgen. ‘Als de informatiepositie beter was geweest, had de gemeente Haren sneller en gerichter kunnen de-escaleren.’

7. Gebruik de social media zelf als katapult

Internet, Facebook en Twitter worden verguisd vanwege hun rol in de Project X-rellen, maar vormen tegelijkertijd een zegen. ‘Geen stiekeme briefjes of geheime sms’jes, waardoor er ineens vierduizend man voor je neus staan, alles lag voor het grijpen’, aldus Mekic . Kroniek van een aangekondigd rel dus. ‘Die openheid is een groot voordeel’, vindt ook Boer. ‘We hebben rechtstreeks contact kunnen zoeken met de mensen die een Project X-feest op de Amsterdamse grachten wilden organiseren. Gelukkig kwamen die zelf ook tot de conclusie dat dat niet handig zou zijn.’ Coebergh waarschuwt wel voor een juridisch vacuüm rond het opsporen en benaderen van mensen via internet of Twitter, net als bij het controleren of afsluiten van digitale communicatienetwerken. ‘Maar afgezien daarvan vormen de social media een fascinerend instrument om te volgen hoe de massa zowel fysiek als mentaal in beweging is.’ De overheid kan die kracht meer aanwenden in haar eigen voordeel, vindt ook Siepel. ‘Je kunt de behoeften van inwoners en andere belanghebbenden beter in kaart brengen, mensen sneller mobiliseren en toewerken naar nieuwe machtsverhoudingen tussen politiek en burger.’

8. Regel (en handhaaf!) openbare orde

Een dreigende crisissituatie als Project X laat zich niet alleen met communicatie oplossen. Als vraagstuk van openbare orde vereist het eerst en vooral concrete maatregelen als een noodverordening, samenscholingsverbod en een alcohol- of wapenverbod. ‘Er wordt zo makkelijk gezegd: “Goede communicatie had de rellen in Haren kunnen voorkomen.” Ja, m’n neus’, smaalt Boer. ‘Natuurlijk kan communicatie helpen voorkomen dat de situatie escaleert, maar een crisisdraaiboek begint met een inhoudelijke voorbereiding met het openbaar ministerie, het stadhuis en de politie. Die maatregelen moet je vervolgens strak communiceren. Desondanks kan hier met twintig tot dertig manifestaties per maand ook wel eens iets uit de hand lopen.’ Maar goed handhaven scheelt al veel, iets wat in Haren niet gebeurde. ‘Op de avond zelf zag je jongeren op live stream gewoon bier drinken. Daar had ingegrepen moeten worden’, aldus Mekic. ‘En waarom stopte die trein eigenlijk in Haren?’

9. Laat de burgemeester zichtbaar zijn

Na Project X kwam er veel kritiek op burgemeester Bats. Hij zou de situatie hebben onderschat, te laat in actie zijn gekomen en te weinig zichtbaar zijn geweest. Coerbergh is het niet eens met de kritiek: ‘Natuurlijk hebben burgemeesters een boegbeeldfunctie. Maar moeten we daarom de burgemeester van Haren gaan afslachten omdat hij klungelig deed? Kom op zeg, het land is niet vergaan. Dit waren geen rellen à la Parijs of Londen, het was vooral sensatie.’ Ook Siepel relativeert: ‘Na de rellen was de crisiscommunicatie in Haren uitstekend. De inwoners hebben een brief gehad en de burgemeester heeft zich het vuur uit de sloffen gelopen en was zelf aanwezig bij bijeenkomsten met inwoners en de ondernemersvereniging. Alleen tijdens en voor het event had het anders gemoeten.’ Het is een les die Boer al lang geleerd heeft. ‘Het is elke keer weer examen doen. Je bent zo goed als je laatste event, demonstratie of Project X.’

Innovatiehaven

By | Innovatie | No Comments

Een baksteen koop je in de winkel, een bijzondere baksteen wordt op maat gemaakt. Maar als we duizend bakstenen nodig hebben bellen we de groothandel en bij een miljoen stuks is het misschien verstandiger een order te plaatsen bij de fabriek zelf. Maar dan heb je alleen nog maar de bakstenen.

Het gebouw dat uit de bakstenen verrijst, hangt onder meer af van het doel van het bouwwerk en van de hoeveelheid aanwezige expertise. Je kunt de bakstenen zelf gaan stapelen, maar als het er veel zijn en de constructie is complex dan doe je er toch misschien verstandig aan een architect, één of meer bouwtechnisch ingenieurs en genoeg metselaars erbij te betrekken: wat een gedoe.

Gelukkig zijn er steeds meer fabrieken die prefab huizen en kantoren leveren – zij maken het leven een stuk makkelijker. Organisaties zijn nét bouwwerken, maar dan niet gemaakt van bak- maar van bouwstenen. En organisaties willen veranderen en innoveren om zo optimaal mogelijk te kunnen gedijen maar de wereld om hen heen verandert steeds sneller en dus moeten organisaties steeds sneller bouwen en verbouwen.

Omdat die tijd er niet is en men vaak te laat begint met veranderen bestaat er een levendige acquisitie- en overnamemarkt rondom kleine startups. Maar die markt is moeilijk: veel overnames mislukken en het blijkt ingewikkeld om het gekochte bedrijf goed te integreren in het bestaande bedrijf. En de waardebepaling blijft een lastig vraagstuk. En daarnaast: hoe vind je de juiste startup die aansluit bij de huidige en toekomstige behoeften en problemen van grote bedrijven? Andersom is een veelgehoorde klacht onder innovatieve startende ondernemers: ja, ik wil graag van waarde zijn in de ontwikkeling van het grote bedrijfsleven, maar hoe weet ik als kleine ondernemer welke van mijn innovaties geschikt zijn om naar hun markt te brengen?

De oplossing is simpel: een innovatiehaven waar de grote olietankers en kleine speedboatjes elkaar kunnen vinden. Een organisatiebrede of brancheoverstijgende plek waar om prefab startups wordt gevraagd. Waar bedrijven, grote bedrijven, een aantal van hun lastigste uitdagingen en hun grootste wensen op tafel kunnen leggen. Een soort marktplaats. Een vacaturebank van problemen, uitdagingen aan de ene kant en aan de andere kant oplossingen en start-ups. En een vooraf afgesproken som geld voor de persoon of het bedrijf dat een prefab oplossing weet te bieden: een openbare aanbesteding van problemen dus eigenlijk, iedereen met een oplossing mag zich melden.

Zodat innovatie iets minder riskant wordt, er meer zinvolle innovatie plaatsvindt en de markt van startups beter aansluit op de vraag van de grote, logge olietankers.

Deze colomn schreef NewTeam-partner Danny Mekic’ op verzoek van Radio 1, TROS in Bedrijf.

Kassa: Factuur van €23.000 van Vodafone voor dataverbruik

By | Actualiteiten | No Comments

Televisieprogramma Kassa kreeg veel klachten binnen over torenhoge rekeningen van mobiele dataverbruik. Hoe kan een rekening ontstaan van €23.000? Vodafone kan het dataverbruik niet verklaren. In Kassa laten we zien hoe je je dataverbruik kan binnen de perken kan houden.

Zaterdag in Kassa: Rekening van €23.000 van Vodafone voor dataverbruik
Morgen in Kassa alles over dataverbruik. Een vrachtwagenchauffeur uit Vlijmen kreeg een rekening van €23.000 van Vodafone voor overmatig dataverbruik. Vodafone kan niet vertellen waar al die data uit bestaat. Wat kan je doen om je dataverbruik in te perken? In drie kleine filmpjes laten we zien hoe je op je eigen iPhone, Samsung of Sony telefoon je mobiele internetvebinding uitzet. In de studio zijn internetdeskundige en NewTeam-partner Danny Mekic’, Vodafone en telecomwaakhond OPTA.

Kassa is morgen, 2 februari 2013, om 19.10u te zien op Nederland 1.

NRC: Van Verlichting naar Verzwaring

By | Opinie | No Comments

Op verzoek van NRC Handelsblad schreef NewTeam-partner Danny Mekic’ een beschouwing die vooruitblikt op ict in het jaar 2025:

ICT leek lange tijd de oplossing voor de steeds complexer wordende wereld, complexer wordende vragen, complexer wordende antwoorden, de ieder jaar met 100% toenemende informatie op het internet, de totale information overload; klappers en adressenboekjes werden verruild door elektronische systemen en zonder duidelijke verwachting werden we keer op keer verrast door het eindresultaat van onze innovaties.

En zo werd ICT een toverstaf, onderdeel van het sprookjesbos waar opeens meer kon in minder tijd, met minder geld, met minder mensen en onafhankelijk van tijd en locatie. Always on, altijd verbonden, altijd in beweging. ICT als doel, in plaats van een middel.

Maar waar ICT de wereld ogenschijnlijk een stuk kleiner en overzichtelijker heeft gemaakt, leiden systemen steeds vaker een eigen leven. En weten de systemen meer over ons, dan wij over de systemen. Mensen zijn steeds minder baas over het eigen leven, steeds vaker zijn we slaaf van de stroom aan informatie en kennis en doen we wat beweerd wordt het beste te zijn. Door computers.

Want dat is hoe ICT steeds vaker wordt ingezet: niet als middel. Niet ter ondersteuning. Maar om de mens te vervangen, om de mens te controleren en om de mens te sturen. En uiteindelijk om onze gedachten te vervangen:

IBM heeft de supercomputer Watson ontwikkeld. Diagnoses kunnen met deze computer automatisch worden gesteld op basis van je elektronisch patiëntendossier, eventueel met door de computer voorgeschreven aanvullend onderzoek, waarna het Clinical decision support system (CDSS) beslist over de verdere behandeling en medicatie. Een andere plek waar het het menselijk denken al in 2025 zou kunnen vervangen is binnen de rechtspraak, denk in de eerste instantie vooral aan de afdoening van bezwaren tegen verkeersboetes. En wat als Facebook op basis van de 1 miljard gebruikersdossiers de laatste wetenschappelijke inzichten over aantrekkingskracht gebruikt, samen met inzichten over welke relaties wel en niet ‘werken’, om tot drie ‘ideale’ partnervoorstellen te komen, zullen we dan niet tóch nieuwsgierig zijn waardoor hoe dan ook een self fulfilling prophecy zal ontstaan?

Eigenlijk zijn de rollen dus omgedraaid: vroeger deden systemen wat wij wilden, en nu vertellen zij ons hoe wij moeten leven. Het is net de economie. Dat wordt dus het jaar 2025.