Tag

website Archives — Pagina 2 van 2 — NewTeam

Kassa: is betalen met je mobiele telefoon wel veilig?

By | Televisie | 2 Comments

Get Microsoft Silverlight

Een mobiele telefoon is tegenwoordig een volwaardige computer aan het worden. Je belt en sms’t er niet alleen meer mee. We kunnen internetten, mailen, berichtjes sturen, filmpjes en foto’s maken en deze bekijken. Tegenwoordig zijn er ook steeds meer mogelijkheden om met je mobiel je financiën te regelen.

Betalen
Al een paar jaar zijn er proeven om je mobiel te gebruiken als portemonnee. Op je telefoon zit dan een chip. Als je de telefoon met chip langs een scanner haalt in een winkel, wordt het geld afgeschreven van een speciale bankrekening. Het is de bedoeling dat die chip straks in je telefoon zit en dat het geld direct van je bankrekening wordt afgeschreven. De drie grootste banken (Rabobank, ING en ABN Amro) en de drie grootste telecomproviders (KPN, T-Mobile en Vodafone) werken op dit moment samen om één systeem te ontwikkelen. De verwachting is dat we vanaf eind 2012 / begin 2013 op deze manier in winkels kunnen afrekenen.

Bankieren
Op dit moment zijn er al verschillende banken die apps aanbieden, waarmee je je bankzaken kunt regelen op je mobiele telefoon. Je kunt bijvoorbeeld je saldo bekijken en overschrijvingen doen. Dit kan al met de app van de Rabobank en de ABN Amro. Bij ING kun je alleen nog je saldo bekijken, dit najaar wordt de app uitgebreid met de mogelijkheid om overschrijvingen te doen.

Gevaren
Dat klinkt hartstikke handig, maar veel mensen zijn zich niet bewust van de gevaren die op de loer liggen. Op dit moment richten criminelen zich nog vooral op het hacken van computers. De verwachting is dat de mobiele telefoon met al zijn mogelijkheden ook steeds interessanter wordt voor criminelen. Volgens internetexpert Danny Mekić en onderzoeksjournalist Brenno de Winter kunnen criminelen via je mobiele telefoon toegang krijgen tot bankgegevens en andere gevoelige informatie. “De gevaren zijn vergelijkbaar met die op een computer: er zijn phishing mails die informatie proberen te achterhalen, het internetten op een kwaadaardige website kan voor gevaar zorgen en met het downloaden van software, muziek en achtergrondjes kun je van alles op je mobiel binnenhalen zonder dat je daar erg in hebt.”

Beveiliging
Een groot probleem is dat gebruikers zich niet bewust zijn van de kwetsbaarheid van hun mobiele telefoon. We hebben onze computer ondertussen aardig beveiligd, maar bij onze mobiele telefoon denken we daar nauwelijks aan. Bovendien is het niet zo dat er standaard een virusscan op je telefoon zit. Die kun je wel op je telefoon zetten, maar zijn een stuk minder uitgebreid dan de virusscan op een computer.

Tussenschakels
Een ander probleem dat deskundigen signaleren, is dat bij mobiele betalingen veel meer schakels betrokken zijn dan bij gewone betalingen. Je hebt te maken met de bank, de winkel, de provider, de fabrikant van de mobiele telefoon, de maker van de applicaties en de maker van de scanner. Het is nog onduidelijk bij wie de consument terecht kan, als er iets misgaat. Michel van Eeten, hoogleraar technische bestuurskunde van de TU Delft, maakt zich hier veel zorgen om. “Als consumenten straks problemen hebben met transacties, wordt het moeilijk om te bepalen wie aansprakelijk is. Banken kunnen dan bijvoorbeeld zeggen dat je maar bij je telefoonprovider aan moet kloppen.”

Tips
– Zorg ervoor dat je steeds nieuwe updates op je telefoon blijft installeren. Als dat niet gebeurt, wordt het toestel infectiegevoeliger.

– Voordat je een app gaat downloaden, moet je goed kijken door welk bedrijf de app is gemaakt. Kijk ook naar de beschrijving van de app. Onbetrouwbare apps herken je aan de omschrijving die in niet goed Nederlands is geschreven. Er zitten dan veel fouten in de spelling en zinsopbouw.

– Als er een app op de markt is die niet betrouwbaar overkomt, controleer dat dan altijd op de officiële website van het bedrijf. Als er bijvoorbeeld een app is die ‘ING’ heet, kun je op de website van de ING controleren of de ING zelf de applicatie op de markt heeft gezet.

– Sla geen wachtwoorden of andere gevoelige informatie op op je telefoon.

– Let goed op dat je geen phishing mails opent.

De Gelderlander: “Beveiliging internet hangt met plakband aan elkaar”

By | Actualiteiten | No Comments

Één instantie die de beveiliging op internet controleert, bestaat niet, maar heeft ook geen zin, zeggen deskundigen. De overheid moet het heft in eigen hand nemen.

Jurist en internetdeskundige Danny Mekic’ (NewTeam) vindt het ‘krankzinnig’ dat de overheid dat niet al lang zo heeft geregeld. “Het is een primaire taak van de overheid om de privégegevens van burgers te beschermen. Veiligheid moet geen los thema zijn, maar een uitgangspunt voor alles wat de overheid doet.” Maar ook nu nog worden volgens hem de gaten gedicht en wordt er niet nagedacht over een fatsoenlijk veiligheidssysteem. “De overheid zou daarin voorop moeten lopen.” Maar het tegengestelde is het geval, vindt Mekic’. “Kijk naar het gestuntel rondom de OV-chipkaart of de mislukte site crisis.nl .”

Lees verder op de website van De Gelderlander

Het is crisis bij rampensite Crisis.nl

By | Actualiteiten, Onderzoek, Opinie, Social Media | No Comments

Vandaag verscheen onderstaand opiniestuk van de hand van NewTeam-partner Danny Mekić in nrc.next (p. 19):

Het is crisis bij rampensite Crisis.nl

Een tonnen kostende website wordt weggegooid, zonder dat deze ooit goed gefunctioneerd heeft. En niemand heeft de leiding.

Sluit ramen en deuren, schakel mechanische ventilatiesystemen uit en zet radio of tv aan op de aangewezen rampenzender. In geval van een crisis of ramp heeft onze overheid een belangrijke taak in het informeren en beschermen van haar burgers. Op het moment dat er bij een brand giftige stoffen vrijkomen of er sprake is van een terroristische dreiging, is het van het grootste belang om de instructies van de veiligheidsdiensten op te volgen.

Steeds meer Nederlanders verkiezen om verschillende redenen internet boven radio en televisie voor het consumeren van informatie. Internet maakt informatie niet alleen sneller en makkelijker toegankelijk, maar ook concreter: door tijdens een ramp te vragen naar iemands postcode kunnen ook hele specifieke instructies worden verstrekt, in iedere gewenste taal. Ook het sociale aspect van internet verrijkt de informatievoorziening want tijdens een ramp kan makkelijk informatie en hulp gevonden worden bij vrienden, collega’s en buurtgenoten via sociale media als Twitter, Hyves en Facebook.

Dat sociale media een belangrijke rol kunnen spelen ten tijde van crises werd duidelijk tijdens de recente protesten in de Arabische wereld, waarbij Facebook en Twitter intensief werden gebruikt om met de buitenwereld en met mede-opstandelingen te communiceren. Het gebruik van sociale media tijdens de Arabische Lente was erg effectief als het ging om de snelheid, toegankelijkheid en impact. Tv en radio hobbelden daar structureel achteraan.

Om in Nederland aan de digitale informatiebehoefte te kunnen voldoen tijdens crisissituaties, introduceerde de Rijksoverheid in 2005 de website crisis.nl. Op de website staat te lezen dat ‘crisis.nl bij een ramp (…) wordt vervangen door een pagina met actuele informatie over de ramp’, en daarmee het digitale alternatief voor de analoge radio en tv moet vormen. Een verstandig besluit van de Rijksoverheid waarmee een belangrijke behoefte in de samenleving wordt erkend en bevredigd, als de website tenminste te bereiken is als hij wordt ingezet. Maar crisis.nl faalde al bij de officiële opening: na 500.000 bezoeken (1 op de 24 Nederlandse internetters kwam een keer langs) raakte de website overbelast. Ook werden de ontwikkelingen rondom sociale media, waar bijna alle Nederlandse internetters gebruik van maken, compleet genegeerd: het project was bij de lancering al verouderd.

Dat was zes jaar geleden en de afgelopen jaren heeft het internet grote ontwikkelingen doorgemaakt. Dat geldt echter niet voor crisis.nl, dat ook ná de lancering met problemen bleef kampen: in 2007 werd de rampensite omver geblazen toen een grote storm over ons land raasde, gedurende de recente brand in Moerdijk was de website urenlang onbereikbaar en ook tijdens de grote Amsterdam havenbrand, afgelopen februari, liet crisis.nl het afweten. Juist op cruciale momenten liet de website burgers in de steek. En van de onmisbare koppelingen met sociale media is anno 2011 nog steeds geen sprake.

Na deze en andere incidenten met de site beloofde het kabinet beterschap. Minister Opstelten (Veiligheid en Justitie, VVD) hekelde afgelopen januari de onbereikbaarheid van de site: ,,Dat kan niet en dat moet niet. Dat gaan wij gewoon verbeteren.”

Vervolgens bleef het stil rondom het project. Om het stilzwijgen te doorbreken, diende de NOS een WOB-verzoek (Wet Openbaarheid van Bestuur) in en dat leidde tot interessante inzichten, zo bleek uit het NOS Journaal van afgelopen maandag. Uit documenten die de NOS heeft verkregen blijkt dat het consequent falende crisis.nl in de eerste drie jaar een slordige half miljoen euro te hebben gekost. Welke kosten in de jaren daarna zijn gemaakt is onduidelijk. Ook heeft de omroep geen antwoord gekregen op de vraag of de site is getest op grote aantallen bezoekers. Dat is opmerkelijk omdat in 2007 in antwoord op Kamervragen van oud-SP-parlementariër Arda Gerkens nog werd gesteld dat er regelmatig stresstesten worden uitgevoerd. De meest opmerkelijke bevinding van de omroep is misschien nog wel dat er binnen de betrokken ministeries grote onduidelijkheid blijkt te bestaan omtrent het project: betrokkenen melden dat veel afspraken niet schriftelijk zijn vastgelegd maar mondeling worden gemaakt en dat het volkomen onduidelijk is wie de leiding over het project heeft.

De crisis bij Crisis.nl lijkt compleet, nu uit niet-officieel door de NOS verkregen stukken blijkt dat er helemaal geen verbeteringen doorgevoerd gaan worden aan de website, zoals Opstelten beloofde. In plaats daarvan wordt de tonnen kostende website, zonder dat deze ooit goed gefunctioneerd heeft, weggegooid en eind dit jaar, met alle kosten van dien, vervangen door een gloednieuwe. Was het zo slecht gesteld met de site, dat deze niet verbeterd kón worden? En wordt dit het volgende falende IT-project van onze overheid, of trekt ze de stoute schoenen aan en laat ze zich onverwacht van haar innoverende kant zien?

-Danny Mekić

Beluister het opiniestuk als podcast:

Aanvullende informatie bij het opiniestuk:

Eind dit jaar wordt de vernieuwde cirsis.nl gelanceerd. Dat bevestigt een woordvoerder van het ministerie van Veiligheid en Justitie nadat de NOS over de website berichtte.

De in 2005 gelanceerde website, die is bedoeld om burgers te informeren tijdens grote rampen, bleek niet goed te functioneren. Bij de brand bij Chemie-Pack in Moerdijk was de site een uur uit de lucht. In 2007 was de site tijdens een grote storm onbereikbaar. Volgens de NOS, die inzage heeft gekregen in interne stukken van het ministerie, heeft de ontwikkeling en hosting van crisis.nl ten minste een half miljoen euro gekost.

De nieuwe website wordt volgens het ministerie stabieler en biedt ook integratie met sociale media.

Meer informatie over dit onderwerp:

Communicatie na vliegramp vertoonde gebreken

By | Opinie | No Comments

Door Sietse Bakker:

De hulpverlening kwam na de crash van Turkish Airlines vlucht 1951, woensdagochtend op Schiphol, snel op gang en werd voor zover bekend terecht geprezen. Dit in schril contrast met de communicatie in de eerste uren na het fatale ongeluk, die ernstige gebreken vertoonde. Wachtende familieleden van de passagiers moesten uren lang op officiele informatie wachten en lieten zich vooral inlichten door Nederlandse en Turkse media, die op hun beurt weinig feitelijke informatie tot hun beschikking hadden. Ook blunderde de overheid met het crisisnummer 0800-1351, dat niet in gebruik bleek nadat het Ministerie van Binnenlandse Zaken aankondigde dat via deze lijn informatie over de ramp kon worden opgevraagd. Een analyse van een bewogen dag.

Om 10:31:33 begint het P2000-systeem van de regio Kennemerland een stroom van berichten uit te zenden. De hulpdiensten spreken van een VOS-6, oftewel Vliegtuig Ongeval Schiphol met 50 tot 250 betrokken passagiers. Enkele minuten later wordt gesproken van een incident op GRIP3-niveau. Bestuurlijke coördinatie vindt nu op regionaal niveau plaats. In normale taal; een Boeing 737-800 van Turkish Airlines met aan boord 134 mensen is enkele honderden meters voor de Polderbaan uit de lucht gevallen. De gevolgen van de crash zullen invloed hebben op de gehele regio.

Binnen een kwartier staan de landelijke media op scherp. Op basis van ooggetuigenverslagen en informatie van de hulpdiensten wordt geprobeerd een duidelijk beeld te krijgen van de omvang van de ramp. Bij gebrek aan nieuwe informatie citeren Nederlandse media het eerste uur de Turkse media, die over meer informatie lijken te beschikken. Terwijl verslaggevers van de NOS en RTL onderweg zijn naar de ramp-plek, doen overlevenden via hun mobiele telefoon live verslag van wat er gebeurt op de Turkse televisie.

Before hanging up

Om 11:45 uur citeren diverse Nederlandse media een woordvoerder van de luchthaven Schiphol, die CNN te woord stond. “Some passengers are dead, some are injured and some are alive, a spokesman from the airport’s press office said over the telephone before hanging up.” De korte impressie komt rommelig over, de communicatie onprofessioneel. Ondertussen is de website Schiphol.nl onbereikbaar. Pas anderhalf uur na het ongeluk is de website weer op te vragen, en staat er slechts een korte notificatie van het ongeluk op de voorpagina.

Om iets over twaalf reageert het eerste Nederlandse overheidsorgaan. De Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding laat weten dat het “geen aanslag betreft.” Tien minuten later wordt een persconferentie aangekondigd, die om 13:00 uur moet aanvangen. Kort daarop wordt bekend dat de persconferentie naar 13:30 wordt verschoven, drie uur na de crash. Enkele dagen later zou loco-burgemeester Bezuijen tegen het NRC Handelsblad zeggen dat de communicatie-afdeling van Schiphol “tegen 12:00 uur aandrong op een persconferentie,” suggererende dat deze standaard geen onderdeel uitmaakt van het crisisplan van de luchthaven.

Inactief

Om 12:55 uur doen media verslag van de opening van het nummer 0800-1351 door het Ministerie van Binnenlandse Zaken, waar verontruste burgers en familieleden van passagiers terecht kunnen met hun vragen. Het nummer blijkt niet te werken. “U bent verbonden met het nationale crisisnummer. Dit nummer is op dit moment inactief,” klinkt een vrouwenstem. Tegelijkertijd blijkt de Engelse versie van de website Schiphol.nl nog altijd niet bereikbaar.

Het is 13:14 uur als Schiphol-woordvoerder Mirjam Snoerwang telefonisch de NOS te woord staat. Ze beschikt niet over nieuwe informatie en maakt een gestreste indruk. Ik vind het moeilijk om haar optreden te beoordelen. Enerzijds is goed te begrijpen dat een dergelijk incident ook op luchthavenmedewerkers een diepe indruk moet achterlaten en dat de druk opeens enorm hoog is, anderzijds mag verwacht worden dat juist wanneer er sprake is van een crisis, het afgestofte crisiscommunicatieplan geroutineerd wordt afgewerkt.

Een kwartier later meldt RTL dat Minister Cramer van Milieu haar werkbezoek aan Rotterdam afzegt in verband met de crash. “Premier Balkenende lijkt wel… tsja… spoorloos,” zegt de verslaggever. Terwijl de persconferentie op Schiphol begint – het is inmiddels 13:35 uur, openen Schiphol en de Gemeente Haarlemmermeer een – werkend! – informatienummer.

Chaotische persconferentie

De persconferentie verloopt chaotisch. Slechts één van de vijf personen die hun werk hebben neergelegd om achter de tafel plaats te nemen komt aan het woord. Loco-burgemeester Bezuijen van de Haarlemmermeer doet verslag van het aantal doden en gewonden, en maakt daarbij een pijnlijke misser; “Uiteraard willen wij (…) ons medeleven betuigen met de mensen die zijn omgekomen,” zegt hij. De vragen van journalisten kunnen geen van allen beantwoord worden. Een moderator ontbreekt, waardoor de persconferentie een zeer rommelige indruk geeft. Het ligt bijna voor de hand dat betrouwbare en gedetailleerde informatie op dit punt nog niet voorhanden is. Daarmee rekening houdend had het vragenrondje wellicht beter kunnen worden benut, bijvoorbeeld door kort iets te zeggen over de hulpverleningsprocedures die in gang zijn gezet.

Tegelijkertijd – we spreken ruim drie uur na de ramp waarbij negen dodelijke slachtoffers te betreuren zijn – verschijnt op de website Regering.nl een eerste officiële verklaring van Minister Eurlings, namens het kabinet.

Gebrekkige informatie voor wachtende familieleden

Ondertussen zijn ophalers van passagiers, waaronder vrienden en familieleden, overgebracht naar sportcentrum De Wildenhorst in Badhoevedorp. Daar wachten zij in spanning op dat wat komen gaat. Koffie, broodjes en mobiele toiletten (?) worden aangerukt, enkele psychologische hulpverleners staan ter beschikking. Later zullen landelijke media uitgebreid verslag doen van de enorme frustratie die de wachtenden moeten ondergaan. Terwijl nieuws omtrent het ongeluk en de slachtoffers wereldkundig wordt gemaakt tijdens een persconferentie, tasten de aanwezigen in de sporthal in het duister. “Ik ben hier al vijf uur ofzo en ik heb nog niemand van een overheidsinstantie gezien die mij is komen vertellen wat er is gebeurd,” zegt één van hen terwijl hij de sporthal verlaat. “Mensen binnen moeten het doen met hun mobieltjes en krijgen meer informatie van familie in Turkije die naar de televisie kijkt dan van voorlichters hier.” Het zou nog uren duren voordat duidelijk werd wie van de slachtoffers in welk ziekenhuis werd behandeld en waaraan.

Aan het werk!

Dat hulpverleningsdiensten uitstekend en adequaat hebben gehandeld is een diepe buiging waard. Dat hulpverlening de eerste prioriteit moet zijn, staat buiten kijf. Anderzijds mag worden verwacht dat de betrokken communicatieprofessionals juist in de context van een crisis adequaat en professioneel optreden. Bezuijen zei over enkele missers in het NRC Handelsblad van zaterdag 28 februari: “Er zijn altijd dingen die beter kunnen.” Gebrekkige woordvoering, lange radiostilte van de overheid, een niet werkend informatienummer, een chaotische persconferentie, een niet functionerende website en – veel erger – zeer beperkte informatievoorziening richting wachtende familieleden die willen weten hoe hun geliefden eraan toe zijn; dat had inderdaad anders gekund. Dat is, erken ik, makkelijk gezegd vanachter mijn laptop, mezelf realiserend dat nagenoeg elk crisiscommunicatieplan bij uitvoering in de praktijk gebreken en verbeterpunten blijkt te hebben. De gebeurtenissen van woensdag herinneren ons aan de vraag of de overheid en andere belangrijke spelers binnen de Nederlandse maatschappij hun (crisis)communicatieplannen op orde hebben. Wie herinnert zich nog de lancering van Crisis.nl, waarbij de website overbelast raakte vanwege de grote toestroom van bezoekers. Mijn advies voor iedereen die zo’n plan in de kast heeft staan: Loop het met alle betrokkenen nog eens goed door en laat daarbij meer dan genoeg ruimte om te brainstormen over mogelijke scenario’s. Voor wie zo’n plan niet heeft: Aan het werk!

Artikel met medewerking van Danny Mekic’, Sharon Kroes en Marieke Duijts.

 

Het verhaal achter de studenten OV-chipkaart hack

By | Nieuws uit eigen keuken | No Comments

Door Michiel Prins:

Woensdag plaatste de Universiteitskrant Groningen een kleine aankondiging over de nieuwste OV-chipkaart hack van Luit van Drongelen en mij op hun website. Het duurde niet lang tot GeenStijlde aankondiging ook had gevonden en hun eigen variant van het artikel schreven. Vanaf toen ging het allemaal erg snel en doken soortgelijke berichten op op verschillende nieuwswebsites.

Doordat er weinig details bekend waren, werd op sommige websites gespeculeerd met als resultaat deels onjuiste berichtgeving. Zo werd er gesproken over ‘twee studenten uit Groningen’, terwijl ik samenwerkte met Luit (Hanzehogeschool Groningen) vanuit mijn functie binnen Online24. Hierop hebben we kort overlegd wat voor bericht we uiteindelijk de wereld in wilden sturen en besloten in te gaan op verschillende geïnteresseerden om een interview af te nemen.

Ik heb uitgebreid verhaal gedaan bij ANP, waardoor vrijwel direct het bericht werd aangepast en werden de extra details toegevoegd. Dit aangepaste bericht is na te lezen opNu.nl. Luit nam contact op met Webwereld, één van de websites waar in eerste instantie gespeculeerd werd. Ook dit werd vrij snel opgepikt en Webwereld zette onmiddellijk eennieuw artikel online met details van het interview met Luit. Daarnaast had Luit nog een kort interview met de NOS, welke werd uitgezonden tijdens het nieuws op 3FM.

Later op de dag werd er nog interesse getoond vanuit de redactie van De Wereld Draait Door, het was echter al te laat om er die dag nog een item van te maken. De dag er na was een optie, maar al wel ‘yesterdays news’: niet echt iets voor DWDD.

Woensdag aan het einde van de middag vonden we nog een gaatje in de agenda om een paar foto’s te schieten voor in Dagblad van het Noorden, nadat ik eerst uitgebreid telefonisch werd geïnterviewd.

Voorpagina Dagblad van het Noorden

 

Afluistercamera’s in Amsterdam op het Centraal Station

By | Nieuws uit eigen keuken | No Comments

Doro Danny Mekic’:

Op verschillende openbare plaatsen in Amsterdam worden zogeheten afluistercamera’s gebruikt om gesprekken op te vangen. Doel van de apparatuur is agressie onder het publiek de kop in te drukken voordat die ontaardt in geweld, dat meldde het Parool gisteren.

Het detectiesysteem (genaamd Sigard) is door technologiebedrijf Sound Intelligence ontwikkeld voor plaatsen met een hoog risico op incidenten. Het wordt in Amsterdam inmiddels gebruikt op het Centraal Station, in winkelcentrum Buikslotermeerplein en bij bushaltes in de omgeving in Noord en bij de Heineken Music Hall in Zuidoost. Collegepartij Groenlinks vreest voor de gevolgen voor de privacy, schrijft de krant, en ook op het internet is ophef ontstaan over deze nieuwe vorm van van videoregistratie. Maar mag deze vorm van video- en audioregistratie zomaar?

College Bescherming Persoonsgegevens
Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) houdt in Nederland toezicht op de naleving van wetten die het gebruik van persoonsgegevens regelen. Cameratoezicht zoals bijvoorbeeld in het Service Center van de Nederlandse Spoorwegen is toegestaan, mits het voldoet aan een aantal voorwaarden. Zo moet duidelijk kenbaar gemaakt worden aan klanten en personeel dat er cameratoezicht aanwezig is. Dit kan bijvoorbeeld door het ophangen van een bordje. Verder dient er zo min mogelijk inbreuk te worden gemaakt op de persoonlijke levenssfeer van klanten, een camera in een pashokje plaatsen gaat te ver, volgens het CBP.

In het Parool-artikel, wordt echter gesproken over openbare locaties zoals bedoeld in artikel 1 van de Wet Openbare Manifestaties. De overheid, en dan met name gemeenten en politie, mag gebruik maken van cameratoezicht in openbare ruimtes.

In artikel 151c lid 4 Gemeentewet is vastgelegd dat het óók het gebruik van camera’s in openbare ruimtes kenbaar moet zijn. Burgers moeten in elk geval in kennis worden gesteld van de mogelijkheid dat zij op beelden kunnen voorkomen zodra zij het gebied betreden dat binnen het bereik van de camera’s valt. Aan het kenbaarheidsvereiste moet niet alleen worden voldaan als er beelden worden vastgelegd, maar ook als sprake is van monitoring en erdus geen opnames worden gemaakt, zo meldt het Centrum voor Criminaliteitspreventie en Veiligheid in zijn Handreiking cameratoezicht: uitgave 2009. De handreiking vermeldt verder dat naast kenbaarheid van het cameratoezicht, ook het verwachtingspatroon van de burger een belangrijk aandachtspunt is. De praktijk laat zien dat er duidelijke communicatie nodig is over bijvoorbeeld bewaartermijnen, inzagerecht en het gebruik van camerabeelden voor andere doeleinden dan toezicht op de openbare orde en opsporing van strafbare feiten.

Geen melding van afluisterpraktijken op Amsterdam Centraal kunnen vinden
Vandaag ben ik wezen kijken in het Service Centrum van de Nederlandse Spoorwegen op station Amsterdam Centraal, waar volgens het onderschrift bij de foto op de website van het Parool de afluistercamera’s hangen. Ik heb niet kunnen vinden dat ik ergens werd geattendeerd op het feit dat er camera’s hangen, laat staan dat deze camera’s ook microfoons bevatten en ‘meeluisteren’ met mijn gesprekken. Het is niet voldoende om de camera’s zichtbaar op te hangen, en natuurlijk helemaal niet als deze microfoons bevatten: er moet duidelijk melding van worden gemaakt, ook als het gaat om een ‘monitoring’-systeem waarbij geen opnames worden gemaakt.

Aanmelding bij College Bescherming Persoonsgegevens
De Gemeente Groningen had in 2005 de primeur om deze nieuwe audio-analysetechniek van Sound Intelligence te testen, en heeft hiervan melding gemaakt bij het College Bescherming Persoonsgegevens. Dat is ook verplicht, aangezien het om een digitaal videotechniek gaat. Het CBP maakte hiervan melding op haar website: “Groningen zal het CBP om advies vragen wanneer dergelijke camera’s in de stad zullen worden geïnstalleerd.”

Op de website van het CBP heb ik verder niks terug kunnen vinden over deze proef, laat staan dat het CBP het gebruik van dergelijke camera’s definitief heeft goedgekeurd, en welke aanvullende vereisten zij aan het gebruik stelt (bijvoorbeeld het ophangen van een duidelijke melding dat er óók geluidsanalyses plaatsvinden in het gebied). Het is nog maar de vraag of het bij het CBP bekend was dat de camera’s in het Centraal Station ook microfoons bevatten.

Ik ben dan ook erg benieuwd naar een reactie van het CBP op het Parool-artikel: waren zij op de hoogte van de microfoons, het monitoring-systeem en maakt de Nederlandse Spoorwegen wel voldoende duidelijk dat er gefilmd en meegeluisterd wordt? Is het überhaupt wenselijk om de overheid of een Nederlandse Spoorwegen mee te luisteren met privégesprekken van mensen op openbare plaatsen?

Afluistercamera Amsterdam Centraal

Huisstijl GGZ in hoofdstedelijke regio op de schop

By | Opinie | No Comments

Door Sietse Bakker:

Toonaangevende psychische hulp binnen handbereik. Dat is het motto van GGZ inGeest – de klemtoon op in – dat ontstaan is na een fusie van GGZ Buitenamstel en De Geestgronden. Bij de nieuwe organisatie, die samen met het VU Medisch Centrum haar activiteiten ontplooit in de regio Amsterdam, werken zo’n 2300 mensen. Vorige week werden de nieuwe naam en huisstijl extern gepresenteerd. Marieke Duijts, communicatie-assistent bij GGZ inGeest, nodigde mij uit voor een kijkje in de keuken.

De nieuwe naam is even wennen, maar komt tegelijkertijd eigentijds en fris over. “De nieuwe naam zegt eigenlijk precies wat we doen,” vertelt Duijts. “Inlevingsvermogen in de patiënt is cruciaal. Dat besef ligt diep verankerd in onze nieuwe naam, die behoorlijk onderscheidend is ten opzichte van andere aanbieders.”

Implementatie vaak onderschat
Het complete implementatieproces van de nieuwe naam en bijbehorende huisstijl heeft zo’n anderhalf jaar geduurd. Identity-bureau Eden tekende voor het nieuwe gezicht en de vernieuwde communicatiemiddelen. “Men onderschat vaak wat er allemaal komt kijken bij de implementatie van een nieuwe huisstijl,” legt Duijts uit. “In een organisatie waarin bijna 2300 mensen werken wordt elke beslissing gewogen op een goudschaaltje. Onze grootste uitdaging was het goed informeren van onze eigen mensen, zonder dat de nieuwe naam en huisstijl extern zouden worden gecommuniceerd. Nu zowel de naam als de nieuwe huisstijl officieel zijn doorgevoerd, is het juist weer cruciaal om consistent de nieuwe naam te gebruiken,” benadrukt ze.

GGZ inGeest lanceerde met de nieuwe naam en nieuwe huisstijl ook een vernieuwde website.

“Eerst intern op orde”
Het is verre van ongebruikelijk dat een huisstijl-operatie wordt onderschat. Vaak is het besef van consistente communicatie wel aanwezig bij de direct betrokken medewerkers, maar nemen werknemers het in de eerste periode na een huisstijl-operatie niet zo nauw met de nieuwe regels. Oud briefpapier “kan nog wel even worden gebruikt”, en wat betreft de visitekaartjes met het oude logo: “Het telefoonnummer klopt toch nog?” Zelfs binnen kleine organisaties kan het doorvoeren van een nieuwe huisstijl op een ramp uitlopen. Briefpapier vervangen is makkelijk, de nieuwe identiteit in de hoofden van de mensen verankeren is dat allerminst. Bij GGZ inGeest waren ze zich daar goed van bewust. Daarom is de nieuwe huisstijl vlak voor de feestdagen feestelijk gelanceerd, en wordt alles in zo kort mogelijke tijd vervangen. Duijts: “We hebben ervoor gezorgd dat we de zaken eerst intern op orde hebben.”

NL verkiezingen 2011: Wie heeft van Obama geleerd?

By | Opinie | No Comments

Zwicht Den Haag voor een campagnestrategie 2.0? door Sietse Bakker:

Vorige week schreef nieuwe media adviseur Winfried van der Veen op deze website een overzichtelijk artikel over de online campagne van Barack Obama. Vanuit mijn specialisatie in nieuwe media heb ik de Obama-campagne met interesse gevolgd en heb me daarbij telkens laten verrassen door de slimme aanpak van het campagneteam. Wij kiezen weliswaar niet net als in de VS direct onze president, maar werken hun campagnetactieken ook in de polder? Wat betekent de opmars van sociale media voor de Haagse campagnecommunicatie en -strategie? En is Nederland klaar voor een eigen Obama?

2011 is natuurlijk nog ver weg en we zullen tot die tijd ongetwijfeld veel zien gebeuren op het gebied van nieuwe media. Sinds de laatste Tweede Kamer-verkiezingen wordt al veelvuldig gebruik gemaakt van nieuwe- en sociale media. Onze premier is met zo’n 150.000 ‘vrienden’ een graag geziene gast op Hyves. Het was Rita Verdonk die eerder dit jaar haar trotsopnederland.com lanceerde. Terwijl onze minister-president op Hyves haast een cultstatus heeft verkregen, zag ‘IJzeren Rita’ haar met veel bombarie gelanceerde beweging doven als een nachtkaars. Waar Obama via een scala aan online kanalen zijn standpunten communiceerde, vroeg Verdonk de Nederlandse bevolking om samen tot een programma te komen. Het is te vroeg om het initiatief van de voormalig VVD-er af te schrijven, maar niets duidt erop dat het initiatief een daverend succes is. De wiki faalde al snel dankzij een legertje spammers, de website doet nog altijd statisch aan en media-aandacht voor de ontwikkelingen binnen de ‘beweging’ is er niet.

Betrokkenheid
Ik kan me voorstellen dat voor Nederlandse politieke partijen de verleiding groot is om het Obama-concept een op een in de polder uit te rollen. In tegenstelling tot de Amerikanen zijn Nederlanders veel minder betrokken bij de politiek en is het hier vrij ongebruikelijk om met campagnemateriaal langs de deuren te gaan, grote verkiezingsbijeenkomsten te houden en potentiële kiezers met miljoenen tegelijk te bellen om ze toch vooral over te halen om voor ‘jouw’ kandidaat te stemmen. Laat staan dat Nederlanders massaal geld doneren aan politieke campagnes. Met enig optimisme valt nog wel te pleiten voor de mogelijkheid dat een dergelijke ‘campagne 2.0’, die zich grotendeels online afspeelt, juist jonge mensen zou kunnen inspireren tot nieuwe betrokkenheid. De online campagne van Obama was er echter op gericht supporters aan te moedigen eerdergenoemde activiteiten te ondernemen. Politiek Nederland zal de Obama-strategie dus flink onder handen moeten nemen om deze aan te passen aan de Nederlandse manier van politiek bedrijven..

Goed, aanpassen dus. Maar hoe dan? Waar jong en oud in Nederland niet schromen het debat – al dan niet anoniem – aan te gaan, is op internet. Tenzij de komende jaren (onverwacht) extreme veranderingen in de mediaconsumptie plaatsvinden, is het aannemelijk dat Nederlandse politici en politieke partijen zich zullen moeten richten op het online debat en het online werven van kiezers. Een weblog en een Hyves-profiel zijn niet langer afdoende. Wie die kunst beheerst om op een vernieuwende en oprechte manier de jongere generatie kiezers aan te spreken, kan het nog weleens ver gaan schoppen in de verkiezingen van 2011.

Duidelijkheid
Tot op heden is geen van de gevestigde politieke partijen, noch de rijksoverheid in Nederland verrassend uit de hoek gekomen op internet. Zou er een prijs zijn voor het meest succesvolle politieke initiatief op internet, dan zou de eer naar de Stemwijzer van het Instituut voor Publiek en Politiek gaan. In de aanloop naar de Tweede Kamer-verkiezingen van 2006 werd de online stemhulp maarliefst 4,8 miljoen keer geraadpleegd. In de wirwar van politieke partijen en dikke verkiezingsprogramma’s heeft de kiezer behoefte aan duidelijkheid. Naast brandjes blussen is het communiceren van een duidelijke boodschap de rode draad in elke campagnestrategie. En dat is waar nieuwe- en sociale media een cruciale rol spelen. Herhalen, herhalen, herhalen!

De Obama-campagne is vanaf het prille begin glashelder geweest in de communicatie. ‘Change we can believe in. Yes we can.’ Een zeer onbescheiden boodschap die onbescheiden vaak, maar op een bescheiden manier werd gecommuniceerd. En die doneerknop, natuurlijk. Een krachtige, maar ook abstracte boodschap, die keer op keer werd herhaald in speeches, via de website, op FacebookMySpaceYouTube en Twitter. Doordat vooral jonge mensen gebruik maken van een breed scala aan sociale media, worden zij meer blootgesteld aan herhaling van de boodschap.

Bescheidenheid
Het betrekken van vooral jongere kiezers en het communiceren (lees: herhalen) van de boodschap via de beschikbare online kanalen gaat een belangrijke, zo niet cruciale rol spelen bij de aankomende verkiezingen. Dat op zich is, zeker onder de communicatieprofessionals, geen nieuws. Nieuwe media spelen een steeds grotere rol in ons leven en dat geldt zeker voor hen die in 2011 voor het eerst naar de stembus mogen. Een interessante game changer – journalistiek Nederland kan vast niet wachten – kan de opkomst van een Nederlandse variant van Barack Obama zijn, die juist die doelgroep aanspreekt. Geen populist, geen opschudder, maar een bescheiden redenaar met een heldere, positieve en inspirerende boodschap. Ergens dichtbij het midden. Bescheidenheid is daar, gezien de Nederlandse volksaard, misschien nog wel het belangrijkst. Doe maar gewoon, dan doe je al gek genoeg.

Zeker in een politiek landschap waarin de verschillen tussen partijen vaak moeilijk te onderscheiden zijn, kan online communicatie de doorslag geven. Wie in 2011 een klinkende verkiezingsoverwinning wil behalen, moet alvast op zoek gaan naar iemand die de invloed van sociale media begrijpt en kan toepassen. Sterker nog, de gevestigde politieke partijen kunnen het zich, met het oog op concurrentie en eventuele nieuwkomers, niet permitteren zich niet grondig te verdiepen in politiek 2.0. Of 3.0. Want voordat het 2011 is…