Tag

privacy Archives — NewTeam

Innovatie in de gezondheidszorg

By | Actualiteiten, Innovatie, Lezingen | No Comments

Het UMC in Utrecht stond op 5 februari in het teken van de verbinding tussen bedrijven, ondernemers en de medische wetenschap. Tijdens het Business meets Private event deelde onder ander Danny Mekic’ zijn visie op de gezondheidszorg. Hij ging tijdens zijn lezing in op innovaties en nieuwe technologische ontwikkelingen die op dit moment plaatsvinden en wat de gevolgen daarvan zijn voor de medische wereld.

Technologische ontwikkelingen en innovaties volgen elkaar in steeds sneller tempo op. Een paar jaar geleden had nog niemand van een drone gehoord, terwijl op dit moment de eerste tests worden uitgevoerd met ambulancedrones die zelfs op de meest afgelegen plekken medische noodhulp kunnen leveren. Artsen maken gebruik van apps en het internet om moeilijke medische uitdagingen te overleggen met experts over de hele wereld. Patiënten kunnen met sensoren en apps hun eigen bloedwaardes meten en medische adviezen inwinnen zonder op spreekuur te hoeven. Er staat veel te veranderen.

Ondanks alle veelbelovende mogelijkheden die technologie biedt voor de medische wetenschap, vindt Danny het belangrijk een aantal kritische kanttekeningen te plaatsen. Patiënten kunnen namelijk via internet inmiddels zo veel informatie verzamelen en uitwisselen dat patiënten met onvoldoende kennis bepaalde behandelingen of medicijnen gaan eisen, zonder daarbij de deskundigheid van de arts te raadplegen. Bovendien roept het gebruik van sensoren vragen op over datagebruik, veiligheid en privacy van patiënten. Hij drukt de aanwezigen dan ook op het hart bij het omarmen van innovaties kritische vragen te blijven stellen.

WhatsAppende artsen: een zorg of een zegen?

By | Actualiteiten, Gezondheidszorg, Televisie | No Comments

Artsen, verplegers en ander medisch personeel hebben in WhatsApp een uitkomst gevonden om snel en efficiënt te communiceren tijdens ingewikkelde en intensieve procedures. De chatservice biedt een uitkomst bij het coördineren van de logistiek rond bijvoorbeeld donortransplantaties, waarbij artsen niet altijd een hand vrij heeft om de telefoon op te nemen. Het overgrote deel van het medisch personeel in Nederland geeft aan regelmatig van WhatsApp-groepen gebruik te maken. Naast coördinatie biedt de app ook aan artsen de mogelijkheid om moeilijke casussen aan elkaar voor te leggen en advies te krijgen met betrekking tot ingewikkelde diagnoses.

Het uitwisselen van medische data is echter aan strenge wetgeving gebonden. WhatsApp-verkeer gaat over de servers van Facebook en voldoet daarmee niet aan de privacy-eisen die de wetgeving daaraan stelt. Aanvankelijk gaf de artsenfederatie KNMG geen negatief advies af over het gebruik van WhatsApp: zolang de verstuurde informatie niet te herleiden is tot de patiënt, stond de federatie het delen van medische informatie via de app toe.

Bij EenVandaag op 23 februari sprak Danny Mekić zijn zorgen uit over data-uitwisseling via WhatsApp, maar zolang er geen veiliger alternatief is en er levens mee gered worden, begrijpt hij dat het gebruik van WhatsApp gedoogd wordt. Danny ziet veel belofte in een app die voor dit doel ontwikkeld wordt: uit de zorgen over privacy en wetgeving omtrent de data ontstond de app MDLinking. Deze app maakt het mogelijk voor artsen om met elkaar te communiceren via een beveiligde verbinding. De gebruiker logt in met een vingerafdruk of een wachtwoord, waardoor alleen de ontvanger de berichten kan lezen.

Niet lang na de uitzending maakte de artsenfederatie KNMG kenbaar dat het gebruik van WhatsApp voor het delen van patiëntinformatie niet toegestaan is.

Een kijkje in de toekomst; zullen drones de werkzaamheden overnemen?

By | Lezingen | No Comments

L09A6327Op 11 juli organiseerde de inspectie SZW een congres voor haar medewerkers, ter ere van het 125 jaar jubileum van het rijkstoezicht op arbeid. Danny Mekic’ (technologie-expert) werd uitgenodigd om de 1100 medewerkers een kijkje in de toekomst te geven van de ontwikkelingen van inspecties.

‘Een inspectie is een organisatie die mensen inspecteert, maar in de toekomst zullen er steeds meer jongens als Baxter rondlopen die misschien niet zo snel zijn als een mens, maar wel 24 uur per dag kunnen werken’. Met deze uitspraak refereerde Danny Mekic’ naar Baxter de robot, die door middel van geïnstalleerde apps diverse werkzaamheden kan uitvoeren, zoals bijvoorbeeld het opvouwen van de was.

Tijdens de presentatie laat Danny zien welke technologische ontwikkelingen er gaande zijn en hoe deze innovaties het werkveld van de inspectie zullen veranderen. Danny benadrukt dat de inspectie zal blijven staan en dat de werkzaamheden van de inspectie nooit volledig door technologieën overgenomen kunnen worden. Sterker nog, de inspectie heeft er zelfs baat bij om aan de slag te gaan met diverse technologieën die ervoor zorgen dat de menselijke inspecteurs beter en nauwkeuriger hun werkzaamheden kunnen uitvoeren.

Als voorbeeld gaf Danny de ‘zelfinspectie’: een inspectie die ondernemers in hun eigen bedrijf moeten uitvoeren met een 360graden camera waarbij ze op afstand instructies krijgen van de inspecteur die meekijkt. Hierdoor wordt het mogelijk gemaakt dat jaarlijks veel meer bedrijven een snelle controle krijgen op ernstige misstanden. Om misbruik te voorkomen wordt de camera door een pakketdienst aangeboden aan de deur en de inspectie zal pas van start gaan zodra het pakket in ontvangst is genomen.

Danny hamert er echter wel op dat er ten alle tijden rekening gehouden dient te worden met de wetgeving op het gebied van privacy. ‘Drones zullen de werkzaamheden van de inspectie niet overnemen, maar dergelijke technologieën kunnen de inspectie wel helpen met het uitvoeren van hun werkzaamheden.’

“Robotica komt binnen handbereik”

By | Lezingen | No Comments

Dat robotica veel ondernemers in de Amerstreek interesseert, bleek maandagavond 11 mei tijdens het Ondernemerscafé van Rabobank Amerstreek. Cees Gelderen, directeur Bedrijven, verwelkomde zeker 250 belangstellenden. Ze waren gekomen om live kennis te maken met NAO. Deze kleine robot werd vergezeld door de gastsprekers Danny Mekić, technologie-expert en Mike van Rijswijk, innovatiestrateeg.

Creativiteit als exportproduct

Danny Mekić is in 2009 uitgeroepen tot meest succesvolle jonge ondernemer en is nu multidisciplinair expert. Hij is sinds zijn jeugd al geïnteresseerd in technologie en innovatie. Volgens Danny moet Nederland meer innoveren: ‘Het exportproduct van Nederland is creativiteit en innovatie. Want de wetenschap is al zover, nu de mens nog. We kunnen nog veel verder innoveren. Als we maar bereid zijn onze organisatiestructuur, strategie of verdienmodel aan te passen.’

Nano-pleisters

Doordat de techniek alsmaar compacter en goedkoper wordt, komt het binnen handbereik van een steeds grotere groep mensen en bedrijven. Bijvoorbeeld om preventieve zorg te kunnen bieden. Maar het gaat verder. Denk maar aan zelfsturende auto’s zoals de Google-car. Drones die pakjes gaan bezorgen of dienen ter beveiliging. 3D-printers die alles kunnen maken. En wat te denken van Nanotech-pleisters met sensoren die over je gezondheid waken? Toch komt ook een ethische kwestie om de hoek kijken; bijvoorbeeld moet een zelfsturende auto de overstekende voetganger ontzien of juist zijn passagier? Moet hij wel of niet uitwijken tegen een boom? En dan hebben we het nog niet eens over onze privacy die in het geding komt met al die nieuwe technologieën.

NAO

Als management consultant vindt Mike van Rijswijk het een uitdaging om steeds weer nieuwe technologieën op te sporen en te onderzoeken wat ondernemers er mee kunnen. ‘Daarom is robot NAO onderdeel geworden van mijn gezin’, vertelt hij. Zijn kinderen groeien met hem op. Mike demonstreert hoe NAO, die een slordige 10.000 euro kost, gaat zitten, weer opstaat, loopt, danst en zelfs voetbalt. Doordat er verschillende apps voor hem beschikbaar zijn, kan-ie op verschillende manieren ingezet worden. Want NAO is in eerste instantie op de markt gebracht voor educatieve doeleinden. Met NAO leren kinderen spelenderwijs programmeren. Maar ook binnen de zorg heeft de grotere broer van NAO een toekomst. Hij kan daar veel nuttig werk verrichten. Zoals bijvoorbeeld het in bed tillen van patiënten of helpen bij de behandeling van dementie.

Lef hebben, ondernemerschap tonen, doen

Maar wat moet je er als ondernemer mee? Danny en Mike benadrukken niet te wachten tot de technologie er is. Het is voor ondernemers zaak juist nu al te kijken wat je er mee kunt. Er is al heel veel mogelijk, maar je moet je er wel voor openstellen en de mogelijkheden en toepassingen zien. Om de woorden van Van Rijswijk te gebruiken: je moet lef hebben, ondernemerschap tonen en doen!

Mike en/of Danny uitnodigen voor een lezing? Neem vrijblijvend contact met ons op!

Intermediair: Hoe meer social media op de werkvloer, hoe beter?

By | Social Media | No Comments

Deze week sprak Intermediair met NewTeam-partner Danny Mekic’ over het gebruik van sociale media op de werkvloer:

Hoe meer social media, hoe beter? Twitteren tijdens (en over) een oersaaie vergadering. Je collega’s toevoegen op Facebook. Tijdens werktijd een nieuwe baan zoeken op LinkedIn. Wat zijn eigenlijk de regels op het gebied van social media? Intermediair vroeg het internetexpert Danny Mekić.

Danny, hoe zit het nu met wel of niet gebruiken van social media onder werktijd?
“Die discussie is eigenlijk wel een beetje passé. Ik kom als internetconsultant bij veel grote bedrijven over de vloer en de vraag of ze social media toe moeten staan, is niet meer aan de orde. Je kunt er gewoon niet meer omheen. De vraag is nu: in welke mate moeten we het faciliteren en misschien zelfs promoten?”

Dus werknemers mogen gerust de hele dag op Facebook zitten?
“Dat ligt eraan waar ze het voor gebruiken. Veel werkgevers gaan ervan uit dat werknemers alleen maar met vrienden zitten te chatten. Terwijl verrassend vaak blijkt dat werknemers social media bewust en onbewust gebruiken voor hun werk. Ze praten met potentiële klanten, zoeken informatie over concurrenten en overleggen met collega’s. Maar dan wat informeler. Zie het als een nieuwe vorm van de vrijdagmiddagborrel, maar dan op dinsdagochtend.”

Maar hoe voorkom je verslaving?
“Als werknemer weet je heus wel wanneer je te ver gaat. Als je je werk leuk vindt, zit je niet de hele dag met vrienden te chatten. Maar af en toe iets voor jezelf doen, dat moet gewoon kunnen. Iedereen heeft recht op privacy, ook op het werk. Voorheen belden we dan naar huis, nu zitten we op Facebook. Voor werkgevers is het dus veel belangrijker om werknemers de vrijheid te geven om social media in te zetten voor het bedrijf. Google is met zijn ‘vrije werkuren’ natuurlijk het ultieme voorbeeld, maar een ander mooi voorbeeld is NS Hispeed. Een van hun medewerkers heeft jaren geleden in haar vrije tijd een Twitter-account aangemaakt, om zo beter met reizigers te communiceren. Zij vindt dat leuk om te doen, de reiziger krijgt betere informatie en het bedrijf een betere reputatie. Zij zorgde uiteindelijk voor het Twitter-account van NS Hispeed zoals we dat nu kennnen: iedereen blij.”

 ‘Vroeger belden we naar huis, nu zitten we op Facebook’

Verbieden heeft dus geen zin?
“Niet als je met de tijd mee wil gaan. Zelfs redelijk conservatieve branches als de advocatuur en de rechtspraak beginnen eraan te geloven. Tijdens rechtszaken zitten advocaten en publiek vaak te twitteren over de zaak. Het kan zomaar zijn dat hier informatie wordt uitgewisseld, die voor de rechter ook interessant is. Dan kun je als rechter maar beter meetwitteren.”Hoe zit het dan met privacy?“Tja, het gaat wel eens fout. Neem ambtenaren die af en toe een onhandige tweet de wereld in sturen. Als advocaat tweeten dat je bij Heineken zit voor een zaak, zal ook niet door iedereen op prijs worden gesteld. Maar de tolerantie voor blunders groeit. Net als dat je op kantoor wel eens iets stoms kan zeggen, geldt dat voor social media ook. Bedrijven doen er wel goed aan een soort draaiboek te hebben, voor als het echt fout gaat. Met een standaard persbericht, waarin ze aangeven dat het een blunder van een individuele medewerker betreft en het bedrijf daar verder afstand van neemt. Zo haal je stress weg en worden bedrijven niet te erg in verlegenheid gebracht.”

En wat als je (potentiële) werkgever pikante foto’s op Facebook vindt?
“De laatste tijd vragen mensen me steeds vaker: kan ik mijn Facebook- of LinkedIn-profiel niet beter verwijderen? Of een andere naam gebruiken? Mijn antwoord is: ‘nee’. Zoekmachines zijn tegenwoordig zo slim, dat ze je toch wel kunnen vinden. Bijvoorbeeld via vrienden die jou noemen op hun profiel. Beter is het om wel een profiel aan te maken en vervolgens je privacy-instellingen aan te passen. Gek genoeg ben je zo beter beschermd, dan als je helemaal geen profiel hebt.”

Conclusie: hoe meer social media onder werktijd, hoe beter?
“Ja, mits het slim wordt ingezet. Dus niet voor het delen van vakantiefoto’s, maar als onderdeel van het werk en de bedrijfsstrategie. Werkgevers zouden hun werknemers daar best wat meer vertrouwen in mogen geven. Niet meer hameren op werkuren, maar op output. Dat doe ik in mijn eigen bedrijf ook. Het kan me niet schelen hoeveel tijd mijn mensen op Facebook doorbrengen, als de doelen aan het eind van de week maar zijn gehaald.”

Video: Danny Mekić over privacy. “Wat is privacy?”

By | Beschouwing | One Comment

Vrijdag 9 maart 2011 was NewTeam-partner Danny Mekić te gast op de Haarlemse middelbare school Het Mendelcollege, daarmee in de voeten tredende van o.a. minister Jan-Kees de Jager. Danny sprak met de leerlingen over ondernemerschap, de overheid en innovaties in het bedrijfsleven. Door de onverwachte aanwezigheid van een vleugel –Danny speelt graag piano– kwam het laatste onderwerp, privacy, te vervallen.

Danny heeft een video opgenomen voor de leerlingen van het Mendelcollege, over privacy:

Facebook kent geen uitgang (opiniestuk Danny Mekic’ in NRC Handelsblad)

By | Nieuws uit eigen keuken, Opinie, Social Media | No Comments

Facebook is een nutsvoorziening in wording, meent NewTeam-partner Danny Mekic’. Als het geen bemoeienis van de overheid wil, moet het zijn gebruikers centraal stellen in plaats van zijn adverteerders.

Herkent u de volgende scène? Waar was u gisteravond? Met wie was u daar? Komt deze foto, welke gisteravond op die locatie gemaakt is, u bekend voor en kunt u de mensen op de foto identificeren? Heeft u een partner? Wie is dat? Wat is uw échte en volledige naam? Op welke datum bent u geboren en in welke plaats gebeurde dat? Wie zijn uw ouders, broers en zussen, neefjes en nichtjes? Wat is uw huidige woon- en verblijfplaats?

Dit is geen politieverhoor. Dagelijks beantwoorden wereldwijd meer dan 800 miljoen mensen deze en andere persoonlijke vragen in ruil voor een hoop reacties, likes en andere vormen van sociale bevestiging op het online sociale netwerk Facebook. Vrijwillig. De internationale profielensite bedient inmiddels een achtste van de wereldbevolking en nestelt zich steeds dieper en heimelijk in de levens van honderden miljoenen mensen, zonder altijd rekening te houden met de privacy van haar gebruikers. Als het Amerikaanse bedrijf daarmee doorgaat, overstijgt het commerciële belang op den duur het publieke belang van de samenleving. Hoe moet de politiek reageren?

Het verdienmodel van Facebook (vier miljard dollar dit jaar) is – net als bij de meeste andere gratis websites – het exploiteren van online advertentieruimte. Voor de advertenties die op Facebookpagina’s worden weergegeven ontvangt Facebook een vergoeding per keer dat zo’n advertentie wordt aanklikt óf iedere 1.000 keer dat een advertentie wordt weergegeven. De tarieven om op de site te mogen adverteren, zijn ondanks de economische malaise de afgelopen 12 maanden met 74% gestegen.

Hoe beter een weergegeven advertentie aansluit op de behoefte van de consument, hoe groter de kans is dat de commerciële targets van de adverteerder worden behaald. Dankzij het vrijwillige, met spervuur aan persoonlijke vragen ingeklede politieverhoor waar Facebookgebruikers dagelijks aan worden blootgesteld, lukt het Facebook iedere dag beter om een allesomvattend beeld te krijgen van meer dan 1 op de 10 wereldburgers en te bepalen welke advertenties in opdracht van de klant, de adverteerder, worden vertoond. Facebook is beter dan welk bedrijf dan ook in staat om relevante advertenties weer te geven bij gebruikers. Dat product is de Facebookklant, de adverteerder, meer dan veel waard. Kortom, u bent het product.

Door steeds meer en steeds actuelere informatie te verzamelen over zijn gebruikers, krijgt de advertentiegigant een steeds nauwkeuriger beeld van die gebruikers. In 2006 was het nog de Facebookgebruiker die zélf zijn eigen profiel aan moest vullen. Anno 2011 vergaart Facebook het merendeel van de informatie uit de interactie met de gemiddeld 130 Facebookvrienden, en uit de analyse van de online gedragingen van de Facebookgebruiker die op, maar ook buiten Facebook.com stap voor stap wordt gevolgd. Met zo veel informatie over de gebruiker en zijn interesses is het kinderlijk eenvoudig om de juiste advertentie te tonen aan de gebruiker die het meest op de advertentieboodschap zit te wachten. Want als Bachliefhebbers in de meeste gevallen ook gek zijn op het lezen van boeken en Groenlinks-stemmende Parijsliefhebbers het liefst met de Thalys reizen naar de Lichtstad, is niet meer dan een simpele rekensom nodig om de Bol.com-advertentie te tonen aan de Bachliefhebber en de linkse kiezer te verblijden met een kortingsactie, twee minuten nadat deze met het sociale medium heeft gedeeld op zoek te zijn naar een bestemming voor een city trip.

Het gaat de databanksjacheraar al jarenlang voor de wind. Maar de situatie waarbij het grootste deel van de wereldbevolking met toegang tot internet, ook daadwerkelijk actief gebruik maakt van Facebook is in zicht, en daarmee ook het einde van de groeimogelijkheden van het huidige verdienmodel. Tenzij het de databankexploitant lukt om gebruikers nóg meer informatie te laten delen. Hoe langer een Facebookgebruiker gemiddeld rondstruint, hoe meer informatie over de gebruiker wordt verzameld. Maar ook hoe meer advertenties kunnen worden weergegeven. Meer dan ooit zullen de adverterende Facebookklanten bereid zijn te betalen voor het aan de juiste persoon tonen van hun commerciële boodschap.

Om het product van Facebook, ú dus, een geluksmomentje te bezorgen en de loyaliteit van de miljoenen gebruikers aan het platform kracht bij te zetten, werd twee weken geleden een nieuw ontwerp geïntroduceerd voor de profielpagina’s op Facebook, Timeline genaamd. Opvallend is de grote tijdslijn, waar de belangrijkste gebeurtenissen uit het leven van de gebruiker op worden weergegeven. In plaats van iedere stad die de gebruiker heeft bezocht afzonderlijk weer te geven, kiest Facebook er nu bijvoorbeeld voor om een mooie wereldkaart te genereren waarop te zien is waar uw vriend, familielid of collega allemaal is geweest. Wanneer, met wie, en wat hij of zij daar deed.

Met Facebook Timeline is de CERN niet meer nodig om terug de tijd in te gaan: wet wie ging u om in 2011? Wat zijn de plaatsen die u bezocht hebt, en welke foto’s maakte u in Berlijn? Hoe vaak bent u met uw ex-partner naar de bioscoop gegaan en wanneer, waar en met wie heeft u Le fabuleux destin d’Amélie Poulain voor het laatst gezien? De nieuwe functionaliteiten maken het gebruik van de website leuker, en zullen de miljoenen gebruikers uitdagen om nóg meer informatie te delen. Het wordt immers automatisch gecategoriseerd en mooi weergegeven in uw online dagboek, waar vrienden, familie en al uw andere Facebookvrienden op kunnen reageren. Iedereen doet immers mee.

Het is moeilijk om Facebook te verlaten. Niet alleen zult u nooit meer in staat zijn uw online dagboek met bijbehorende likes en waardevolle reacties van vrienden en familie in te zien, ook behoudt de website zichzelf het recht toe om foto’s, berichten en andere in de loop der jaren verzamelde informatie over uw persoon te blijven gebruiken. De facto kent Facebook geen uitgang. Daar komt bij dat het belang van de sociale netwerksite dagelijks toeneemt, ook omdat bedrijven als ABN Amro, KLM en Vodafone hun online dienstverlening steeds vaker op de sociale netwerksite plaats laten vinden, en verjaardagsfeestjes en andere evenementen steeds vaker (alleen) op Facebook worden aangekondigd. Daar niet op aangesloten zijn, betekent praktisch gezien een sociaal isolement. Facebook zal alles in het werk stellen om alle internetters aangesloten te krijgen, en bij een zo groot mogelijk deel van hun sociale contacten aan te sluiten, al op zeer jonge leeftijd. U kunt immers nooit meer volledig uitstappen. In de toekomst bestellen we onze boodschappen via Facebook, vertelt de site met welk gerecht u de nieuwe vriendin van uw zoon blij kunt maken, welke stad de volgende vakantiebestemming moet worden en wat u daar zoal kunt doen. Natuurlijk op de zorgvuldig met commerciële motieven uitgezochte voorkeuren van uw beste vrienden en vriendinnen. Over niet al te lange tijd zal de samenleving het punt bereiken waarop het niet langer mogelijk is om als burger te participeren zonder het doorlopend en intensief gebruik van mobiele communicatietechnologieën, het internet en aangemeld te zijn als gebruiker bij Facebook. We praten hier over nutsvoorzieningen in wording.

Het is bijvoorbeeld bijna onmogelijk geworden om te leven zonder telefoon. Oké, u kunt gewoon geen telefoon aanschaffen, maar zult vervolgens constant bevraagd worden voor een telefoonnummer en raar worden aangekeken als u zegt: die heb ik niet. Op dezelfde manier zal het leven in de toekomst bijna onmogelijk worden zonder Facebookprofiel, zoals we eerder zagen met posterijen, het openbaar vervoer, de energievoorziening en drinkwaterleidingen. Wat met die voorzieningen gebeurde? Ze staan allen onder streng toezicht van overheden.

Net als deze nutsvoorzieningen is Facebook ook steeds meer van algemeen nut. Misschien nog wel meer dan in het verleden bij telefonie het geval was.

Dit betekent dat als Facebook niet zit te wachten op politieke bemoeienis – bijvoorbeeld duidelijkere en strengere richtlijnen voor bedrijven als Facebook die als product inbreuk maken op mensen hun privacy – ze ingrijpend iets moet veranderen aan de dienstverlening. De gebruiker en alle over de gebruiker verzamelde gegevens moet op een transparante manier centraal komen te staan, waarbij de absolute controle weer in handen van de gebruiker komt. Waarom geven de Facebooks van deze wereld de informatie eigenlijk niet terug aan de gebruiker? We hebben immers allemaal een internetmodem waar in de toekomst best een beveiligde hardeschijf op aangesloten kan worden. Dan bepalen wij weer wie wanneer wat met onze informatie mag doen. En wanneer we daar mee willen stoppen.

Maak van Facebook weer een veilige plek en geen levenslange gevangenis.

Danny Mekic’ is Strategy Director bij NewTeam

Verklikken als panoptisch instrument?

By | Beschouwing | One Comment

Door Karsten Meijer:

Harrie Timmerman speelde in 2004 een belangrijke rol in het naar buiten brengen van de misstanden van de Schiedammer parkmoord. Als politieambtenaar ontdekte hij dat de veroordeelde de moordenaar niet kon zijn. Nadat intern aankaarten niets opleverde, stapte hij naar Netwerk. Dit leidde uiteindelijk tot het oppakken van de dader en de vrijlating van de onterecht veroordeelde. Voor Timmerman was het gevolg minder gunstig. Zijn contract bij de politie werd niet verlengd, hij mocht geen contact opnemen met collega’s en hij werd wegens een levensbedreigend hoge bloeddruk opgenomen in het ziekenhuis. [1]

Er bestaat in Nederland een opvallend verschil tussen de omgang met klokkenluiders en verklikkers in bestuurs- en stafrechtelijke handhaving. Terwijl de mogelijkheden voor burgers om te participeren in de handhaving –  bijvoorbeeld door te ‘klikken’ – groeien, worden klokkenluiders in beperkte mate beschermd. Dat klikken voor onderling wantrouwen zorgt tussen burgers is reeds een gehoord bezwaar, maar daarnaast gaat van het gebruik van klikfaciliteiten een sterk disciplinerende werking uit. Dit artikel betoogt dat die werking, om met de filosoof Michel Foucault te spreken, ‘panoptisch’ is. Deze term staat voor de disciplinerende gedaante die het strafrecht sinds de moderne tijd heeft aangenomen. In dit artikel wordt de ontwikkeling dat het klikken meer wordt aangemoedigd en meer overheidssteun krijgt in vergelijking tot het klokkenluiden in dit theoretische kader geplaatst.

Eerst wordt ingaan op de criminologische betekenis van klikken en klokkenluiden. Vervolgens wordt uiteengezet hoe de Nederlandse overheid het klikken in toenemende mate faciliteert. Dan wordt ingegaan op de beperkte bescherming die klokkenluiders genieten. Daarna wordt het perspectief verlegt naar Foucaults werk Discipline, Toezicht en Straf, waarin de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen naar de moderne tijd wordt beschreven.

Op deze wijze bespreekt dit artikel de implicaties van de schending van privacy die het klikken met zich meebrengt. Betoogd wordt dat Foucaults analyse van toepassing is en dat van het klikken een sterk disciplinerende werking uitgaat. De conclusie luidt dat dit uiteindelijk het verlies van vrijheid van de Nederlandse burgers betekent.

Verklikkers en klokkenluiders

De criminoloog Lissenberg zet in haar afscheidsrede helder het verschil uiteen tussen klokkenluiders en klikkers. Een klokkenluider maakt informatie openbaar over de organisatie waar hij bij betrokken is of was, omdat hij iets aan een misstand wil doen. Hij doet dit in het openbaar. Een verklikker maakt eveneens informatie openbaar, maar blijft hierbij anoniem. Het is verder niet duidelijk wat hij beoogt en waarom hij anoniem wil blijven. [2] Ook anonieme bronnen van journalisten worden de laatste tijd aangemerkt als klokkenluiders. [3] Dit is volgens Lissenberg onjuist. De journalist kent namelijk wel de identiteit van de bron. Daarom zit deze activiteiten, ‘lekken’ genoemd, tussen klikken en klokkenluiden in. [4]

De term klokkenluider is een vertaling van het Engelse whistleblower van de bestuurskundige Marc Bovens. Hij pleitte begin jaren negentig al voor een wettelijke bescherming voor deze groep in Nederland. [5] De Raad van State zag daar weinig in. Hij vroeg zich af wie daar belang bij zou kunnen hebben. Op dat moment waren er immers geen klokkenluiders in Nederland. [6]

In andere landen was dit wel al een bekend fenomeen; zowel de klokkenluiders als de wettelijke bescherming van deze groep. De bescherming klokkenluiders van Nederlands verschilt daarom met de aanpak in bijvoorbeeld de Verenigde Staten en Engeland. In de VS kent men al sinds de jaren zestig klokkenluidersregelingen en Engeland trad in 1999 de Public Interest Disclosure Act inwerking.  [7]

De Duitse socioloog Simmel constateerde dat de autoriteiten sinds het begin van de twintigste eeuw steeds meer de openbaarheid hebben gezocht terwijl privé personen juist meer mogelijkheden gekregen hebben zich af te schermen van de buitenwereld en hiervan ook hebben gebruik gemaakt. [8] Lissenberg meent dat aan het begin van de eenentwintigste eeuw precies het tegenovergestelde plaatsvindt, de bescherming van de privacy van individuen neemt juist af. De geopende de klik- en meldlijnen passen haarfijn in deze ontwikkeling. [9] Het aantasten van de privacy van burgers wordt veelal gerechtvaardigd door een beroep te doen op de veiligheid, die gediend zou zijn bij extra controle en toezicht. [10] De groei van de zogenaamde controle-industrie is hier een goed voorbeeld van. De directe en indirecte werkgelegenheid werd in die sector in 2006 op 1.032.000 banen geschat, wat ongeveer 14% van de Nederlandse beroepsbevolking is. Vanwege het feit dat desalniettemin nog steeds een handhavingtekort bestond, ontstond het idee dat burgers zelf ook een handhavingsverantwoordelijkheid moeten dragen. Om dit te faciliteren zijn de overheid en ook het bedrijfsleven in toenemende mate kliklijnen gaan openen. [11]

Exemplarisch voor deze trend is Meldlijn M. (Meld misdaad Anoniem), die in 2002 in Nederland werd geïntroduceerd. Deze meldlijn geeft mensen de mogelijkheid anoniem ‘semiofficieel’ aangifte te doen. Middels een gratis telefoonnummer worden tips gegeven aan de politie, de belastingdienst en andere organisaties. In 2003 kreeg de politie ongeveer zesduizend bruikbare meldingen via Meldlijn M. en in 2007 was dat aantal gegroeid tot zeventienduizend meldingen.  [12] In 71% van die gevallen werd een vervolgactie ingesteld. [13]

De socioloog Akerström, die voortbouwt op het werk van Simmel, laat zien dat verraad een belangrijk begrip is in het denken over klokkenluiders, verklikkers en informanten. Simmel heeft betoogd dat bewaarders van geheimen een zeer kostbaar bezit hebben en daarmee speciale positie. Het naar buiten brengen van geheimen kan sociale verhoudingen dan ook ingrijpend veranderen. Degene die het geheim heeft bewaard noemt het een onthulling, degene op wie het geheim betrekking heeft noemt het verraad. [14] Vooral klokkenluiders worden getroffen  door het denken in termen van verraad. Een eerder genoemd voorbeeld is Harrie Timmerman, rechercheur in het onderzoek naar Schiedammer parkmoord, die geen contact meer mocht zoeken met zijn vroegere collega’s. Een ander voorbeeld is Fred Spijkers, die in dienst was bij defensie en niet wilde liegen tegen de weduwe van zijn omgekomen collega. Hij raakte zijn functie kwijt. [15]

Klikkers, informanten en klokkenluiders worden dus gezien als klikspanen. Het beeld bestaat dat zij verraad plegen, volgens Lissenberg. Zo komt zij tot een hiermee samenhangend gevaar van de klikmethode. Hoewel het volgens haar aannemelijk is dat de aanpak de illusie van veiligheid vergroot bij de verklikkers, vreest zij tegelijkertijd dat het onderlinge wantrouwen eveneens groeit. Het criminaliteitsbeleid is volgens Lissenberg verandert in een slachtofferbeleid. De overheid heeft bijgedragen aan het beeld dat iedereen voortdurend  het risico loopt slachtoffer te worden van criminaliteit. Lissenburg stelt dan ook dat dit beleid, in combinatie met het beeld dat van klokkenluiders en verraders bestaat, de oorzaak is van een gegroeid onderling wantrouwen tussen burgers in Nederland. Daarom valt te betwijfelen dat meldlijn M., of andere klikfaciliteiten, werkelijk bijdragen aan goed burgerschap. [16]

Lissenberg vraagt zich af waarom klokkenluiders zo slecht beschermd worden, terwijl het anonieme melden van misdaden en misstanden op zoveel aanmoediging kan rekenen van de overheid. Zij meent dat klokkenluiders met een ‘eigen-schuld-dikke-bult-mentaliteit’ worden bejegend. De eventuele ellende van hun ontslag, WAO, ziekte, verminderde inkomsten en stigmatisering hebben zij over zichzelf afgeroepen, lijkt men te denken. Terwijl verklikkers weinig riskeren met hun melding, zijn de risico’s voor klokkenluiders daarentegen vaak zeer groot. Veelal worden zij dan ook het slachtoffer van hun eigen moed. Daarom noemt Lissenberg het onbegrijpelijk dat kroongetuigen in strafzaken, ‘strafbare klokkenluiders’ volgens de minister van sociale zaken, wel een tegemoetkoming (strafvermindering) krijgen en klokkenluiders nauwelijks.

Het panopticon van Foucault

Zoals gezegd betwijfelt Lissenberg of de integriteit van burgers, overheidsfunctionarissen en politici bevorderd wordt door anonieme meldingen van vermoedens van misstanden. Anonieme tips zorgen volgens haar voor wantrouwen en dat is funest voor het creëren van omgeving die integriteit stimuleert. Naast deze aantasting van het onderlinge vertrouwen van burgers gaat er mijns inziens nog een ander gevaar uit van klikken, namelijk disciplinering. Aan de hand van het gedachtegoed van de filosoof Foucault met betrekking tot het moderne strafrecht beschrijf ik waarom klikken een disciplinerende werking heeft.

Foucault geeft een overzicht van de ontwikkeling van het strafrecht van de middeleeuwen tot de moderne tijd. Het straffen in de middeleeuwen noemt Foucault een “ceremonieel van de soevereiniteit”. Het gaat om een vorm van straffen die op het lichaam van de veroordeelde wordt toegepast. Deze toepassing vindt in het openbaar plaats, onder het toeziend oog van een menigte, terwijl de macht –  de monarch – zichtbaar is. Op deze manier gaat de straf als het ware van hem uit. [17]

Het moderne stafrecht ziet er anders uit en wordt door Foucault gekarakteriseerd aan de hand van het ‘Panopticon’. Dit is het ontwerp van een moderne gevangenis van de filosoof Jeremy Bentham. Volgens Foucault staat dit ontwerp symbool voor de bestrijding van het ‘abnormale’ in de moderne samenleving. [18]

Het panopticon is een cirkelvorming gebouw, met in het midden een toren met ramen, uitkijkend op de binnenzijde van de cirkel. Daar begeven zich gevangenen in de cellen. Die gevangenen worden volledig verlicht door een klein raampje aan de buitenzijde van de cirkel, wat het mogelijk maakt dat de bewaker de gevangen continu vanuit de toren hem volledig kan gadeslaan. De mogelijkheid dat de gevangenen ieder moment bekeken kunnen worden is cruciaal volgens Foucault: ‘Daaruit ontstaat het belangrijkste effect van de panoptica: de gedetineerde wordt bewust gemaakt van zijn permanente zichtbaarheid, waardoor de macht automatisch kan functioneren. Het toezicht, al is het discontinu, dient continu effect te hebben.’ [19]

Het bewustzijn van de gevangene dat hij voortdurend bekeken kan worden werkt disciplinerend. Op den duur ziet de gevangene de straf niet meer als extern opgelegd, maar als het ware als een automatisch gevolg op zijn handelen. Als resultaat internaliseert hij de disciplinerende werking op den duur en verwdijnt zijn neiging tot abnormaal gedrag. De grote invloed van dit effect onderstreept Foucault in het volgende citaat: ‘Een straffende macht die het hele maatschappelijke netwerk doordringt, die op alle punten ingrijpt, en die ten slotte niet wordt beschouwd als macht van sommigen over anderen, maar als onmiddellijke reactie van allen op een enkeling.’ [20]

Het is duidelijk dat het klikken en haar effecten goed passen in Foucaults schets van het panopticon. Ook bij het klikken wordt een alomvattend toezicht gecreëerd. Op ieder moment kan de eveneens onzichtbare macht, de klikker, de ander gadeslaan. Men kan ieder moment verraden worden. Hier gaat, net als bij het panopticon, een disciplinerende werking van uit.

Naast het feit dat het klikken geen bevorderende werking heeft op het onderling vertrouwen tussen burgers, worden burgers hierdoor geraakt in hun privacy. Foucault heeft de implicaties van deze aantasting laten zien. In het belangrijke constitutionele arrest  Griswold v. Connecticut is het recht op privacy in de VS in het leven geroepen. De oorsprong van privacy is vrijheid. Justice William O. Douglas schreef in de meerderheidsopinie van deze zaak dat dit recht gevonden wordt in  ”penumbras” en “emanations” van andere grondrechten die gerelateerd  zijn aan vrijheid. [21] In Nederland is artikel 8 van het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens van eenzelfde belang als Griswold v. Connecticut. Deze bepaling beschermt burgers tegen inbreuken op hun persoonlijke levenssfeer. Dat voor het genieten van vrijheid dus een sterke bescherming van privacy nodig is lijkt een gevestigde waarde in het Amerikaanse en Europese recht.

Toch lijkt de Nederlandse overheid deze waarde van ondergeschikt belang te vinden bij straf- en bestuursrechtelijke handhaving. Door het klikken op steeds meer terreinen van bestuurs- en strafrechtelijke handhaving als instrument te gebruiken zullen burgers zich in toenemende mate zichtbaar voelen voor een onzichtbare macht. Gezien de disciplinerende werking van het panoptische effect is dit een reëel gevaar voor de vrijheid van de Nederlandse burger. Dit maakt het feit dat klokkenluiders onvoldoende beschermd worden nog opmerkelijker. Meer steun voor deze groep zou kunnen resulteren in meer klokkenluiders. Dat zou betekenen dat misstanden vaker met open vizier worden aangekaart. Deze weg om handhaving mogelijk te maken lijkt een stuk minder panoptisch omdat er dan geen onzichtbare macht gecreëerd wordt. Een ander belangrijk genoemd nadeel van het klikken is een verlies van het onderling vertrouwen. Door het klikken te faciliteren en klokkenluiders nauwelijks te beschermen marchandeert de overheid met de waarden van privacy en onderling vertrouwen van burgers. Dat lijkt goed voor de handhaving op korte termijn, maar het is twijfelachtig of goed burgerschap hier bij gediend is.

Read More

EénVandaag: Wat willen Apple, Google & TomTom met onze gegevens?

By | Nieuws uit eigen keuken | No Comments

Google spioneerde en krijgt een dwangsom aan zijn broek, Apple houdt exact bij waar eigenaren van iPhone’s zich bevinden en TomTom speelt rijgedrag door naar de politie. Waarom willen dit soort bedrijven onze gegevens toch hebben?

Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) deed onderzoek naar Google, is woedend en dreigt met een dwangsom als de zoekgigant niet binnen drie maanden slachtoffers informeert. Reden: anders dan Google zegt is opgeslagen Wifi-informatie wel tot op de persoon terug te leiden, ontdekt het CBP. Daarbij gaat het om 3 miljoen Nederlanders.

Tegelijkertijd wordt bekend dat Apple’s iPhone tot ieder moment van de dag, jaar in jaar uit, bijhoudt waar zijn eigenaar is. Zonder dat de gebruiker het weet of de functie kan uitzetten. En TomTom blijkt rijgedrag door te verkopen aan de politie. Waarom blijven deze bedrijven onze privacy met voeten treden? En waarom is deze informatie zo belangrijk voor Google en Apple? Waarom durven ze het niet te vertellen? En wat kan het CBP er tegen doen?

NewTeam-partner Danny Mekić sprak over deze onderwerpen in actualiteitenrubriek EénVandaag. Bekijk hier de reportage:
sitestat